Essays in newspapers and cultural magazins
Typography
  • Smaller Small Medium Big Bigger
  • Default Helvetica Segoe Georgia Times
Jos de Mul. Noodlottige vrijheid. The Matrix Reloaded: Wat moet ik doen? NRC Handelsblad. Cultureel Supplement, 20 juni 2003, 27.

Kant formuleerde de drie kernvragen van de filosofie: Wat kan ik weten? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? De gebroeders Wachowski lijken door deze drie vragen gebiologeerd te zijn in hun `Matrix'-filmtrilogie. Dit is het tweede deel van een essay-trilogie over The Matrix. 

Als het postmodernisme staat voor het vervagen van grenzen, dan is de Matrix-trilogie van de gebroeders Wachowski bij uitstek postmodern. Hoewel de films The Matrix (1999) en The Matrix Reloaded (2003) onmiskenbaar tot het domein van de kunst behoren, is de thematiek overduidelijk politiek en religieus, en worden er in de dialogen aan de lopende band filosofische argumenten uitgewisseld. Daarbij zijn de gebroeders Wachowski niet al te kieskeurig: de films refereren net zo gemakkelijk aan Plato en Descartes als aan Putnam en Baudrillard. En ook de religieuze inhoud is een curieus mengsel van orthodox-christelijke, gnostische en boeddhistische – `there is no spoon!' – motieven.

De hybride vermenging van ervaringsdomeinen herinnert aan klassieke mythen en aan de romantische pogingen, van Hölderlin tot Nietzsche en Wagner, die te doen herleven in de moderne, onttoverde wereld. De namen en functies van een aantal personages, zoals Morpheus, Niobe, Persephone en het Orakel, dragen er toe bij dat de saga over de strijd tussen mensen en machines het karakter krijgt van een eigentijdse mythe.

Ook als kunstwerk is de Matrix-trilogie hybride. Op het eerste gezicht laat de queeste van Neo zich probleemloos ordenen onder wat Northrop Frye het meestergenre van de roman noemt: een speurtocht waarin de held een opdracht heeft te vervullen waarbij hij of zij ook geleidelijk zichzelf – en vaak ook nog een lief – leert kennen. Bij nader inzien is de Matrix-trilogie een patchwork van genres: van sciencefiction (technologie bedreigt mensheid), vechtfilm (Hongkong-stijl kung fu), actiefilm (snelwegachtervolging), thriller (Neo achtervolgd door software agents), griezelfilm (de machines als body snatchers), mystery (wat is de Matrix?), phantasy (de vliegende en kogels stoppende Neo) en love story (Neo en Trinity, Morpheus en Niobe) tot aan de aloude western toe (het duel tussen Neo en Agent Smith aan het eind van The Matrix). Daarbij wordt rijkelijk geput uit de geschiedenis van de film. De filmliefhebber kan zijn hart ophalen aan de verwijzingen naar klassieke films als Metropolis, The Wizard of Oz, 2001: A Space Odyssey, Blade Runner en Superman.

Er wordt niet alleen naar films verwezen, maar ook naar literatuur, bijvoorbeeld Lewis Carrols Alice in Wonderland (,,Follow the white rabbit!'') en Through the Looking Glass en de sciencefiction van Phillip K. Dick en William Gibson, Amerikaanse stripverhalen, Japanse animatiefilms en computerspelen. Bovendien hebben de Wachowski's – in een amalgaam van vernieuwende verteltechniek en uitbundige merchandising – ervoor gekozen in de films maar een deel van het verhaal te vertellen.

Wie zich wil verdiepen in de voorgeschiedenis van het filmverhaal dient de negen, door de Wachowski broers bedachte, maar door voornamelijk Japanse kunstenaars uitgevoerde animaties op de Animatrix DVD aan te schaffen. En om de intriges rondom de bijfiguren Naomi en Ghost te ontrafelen, dient men het, eveneens door de Wachowski's ontworpen, computerspel Enter the Matrix te spelen. Daarin is ruim vijftig minuten extra filmmateriaal verwerkt, waardoor het een merkwaardige hybride is van film en game. Omgekeerd lijkt de Matrix in Reloaded met zijn verschillende levels, geheime doorgangen en sleutels nog het meest op een computerspel en heeft de toeschouwer in de bioscoop bij de gevechtsscènes en de achtervolgingen vaak het gevoel te kijken naar de trailer van een videogame die het verlangen moet aanwakkeren de joystick zelf ter hand te nemen.

De knipoog naar de wereld van het computerspel is niet toevallig. In de afgelopen decennia heeft de computerspelindustrie Hollywood qua jaaromzet overvleugeld. Interactiviteit is uitgegroeid tot het toverwoord van de hedendaagse cultuur. Dat interactieve aspect van de spelcultuur is overigens allerminst postmodern te noemen, maar vloeit veeleer voort uit het moderne wereldbeeld. De moderne mens ziet zich immers voor alles als een autonoom, vrij handelend subject. Het moderne subject is, zoals Kees Vuyk het ooit treffend uitdrukte, een Homo volens. Een willende mens, die zijn of haar eigen leven autonoom gestalte geeft. Het computerspel is één van de populaire derivaten van deze moderne ideologie.

Zowel in het computerspel als in `the game of life' moet het moderne subject voortdurend kiezen. Waar in de premoderne cultuur de keuzen – partner, beroep, religie – meestal voor je gemaakt werden, daar dient de moderne mens voortdurend zelf te kiezen. Of het nu gaat om de simpele keuze tussen de linker of de rechterdeur in een computergame of de keuze voor een bepaalde levensstijl, voortdurend staat het moderne subject voor de vraag: wat moet ik doen?

Eén van de centrale thema's van de Matrix-trilogie is het maken van keuzen. In weerwil – of wat de aansluiting bij het computerspel betreft juist: dankzij – de postmoderne vorm is de inhoud van de trilogie, wat dit thema betreft, modern. Het verhaal van The Matrix begint met de keuze die Neo moet maken tussen de rode pil, die hem de gruwelijke waarheid over zijn leven belooft te onthullen, of de blauwe pil, die hem in staat zal stellen in zalige onwetendheid voort te leven. Daarna worstelt hij voortdurend met de keuze zijn rol als `the One' al of niet te aanvaarden. Aan het eind van de eerste film lijkt Neo voor de keuze gesteld te worden het leven van zijn vriend Morpheus op te offeren of zijn eigen leven. En wanneer hij aan het slot van Reloaded bij de Architect van de Matrix belandt, stelt deze hem – twee deuren! – voor de onmogelijke keuze zijn geliefde Trinity te laten sterven of de mensheid op te offeren. Wanneer Neo het nog niet had begrepen, dan komt hij hier definitief tot inzicht: ,,Choice. The problem is choice''.

Maar zijn wij eigenlijk wel vrij om te kiezen? De moderne mens mag zich dan wel trots beschouwen als een vrij en autonoom subject, binnen het moderne wereldbeeld is het moeilijk deze vrijheid een plaats te geven. In de premoderne cultuur deed dat probleem zich nog niet zo prangend voor. Zo werden in de Griekse oudheid goden en schikgodinnen verantwoordelijk gehouden voor het lot van de mens. Tragische helden als Sofokles' Oedipus kunnen doen wat ze willen, hun vooraf bepaalde lot ontlopen zij nooit. En ook in het christendom gunt de leer van de voorzienigheids Gods – zeker wanneer deze de vorm krijgt van een Calvinistische predestinatieleer – weinig ruimte aan de menselijke vrijheid. Bij Plato – die in dit opzicht de voorloper is van de moderne cultuur – ligt het anders. Bij monde van Socrates stelt hij dat de gevangenen in ,,de grot van onwetendheid'' zelf verantwoordelijk is voor de keuze het steile en doornige pad van de kennis wel of niet te bewandelen.

Hoewel deze visie bepalend is voor de moderne cultuur en ook Neo erdoor geleid lijkt te worden in zijn queeste, bedreigt de mogelijkheid dat ons handelen gedetermineerd is door voorafgaande oorzaken het moderne vrijheidsideaal voortdurend. Daaraan hebben, in het tijdvak van de secularisering, vooral de wetenschappen bijgedragen. Volgens het natuurwetenschappelijk determinisme is het menselijk leven, zoals alles in het universum, onderworpen aan natuurwetten. We menen dan wel vrij te zijn, in werkelijkheid zijn we een speelbal van onze `zelfzuchtige genen' (Dawkins). Ook in de sociale wetenschappen wordt keer op keer betoogd dat ons handelen niet vrij is, maar de resultante van, bijvoorbeeld, onze cultuur, ons sociale milieu of onze opvoeding. In het debat over de vraag of nature of nurture de doorslaggevende factor is in het menselijk gedrag, lijken beide partijen het er in ieder geval over eens te zijn dat er duidelijke grenzen zijn gesteld aan de menselijke vrijheid. Achter de rusteloze activiteit van het (inter)actieve moderne subject ligt, zoals de Sloveense filosoof en psychoanalyticus Slavoj ˇZizek niet moe wordt te herhalen, een passieve kern. Omdat we die passiviteit niet kunnen aanvaarden, besteden we haar het liefste uit. Een banaal voorbeeld van deze `interpassiviteit' is de videorecorder, die passief voor ons geniet, zodat we gewoon kunnen doorwerken en de banden met onbekeken films zich opstapelen. De bewegingloze lichamen in hun kunstmatige baarmoeders in de Matrix-trilogie lijken de ultieme uitdrukking te zijn voor de moderne angst voor passiviteit.

De vraag of en zo ja hoe het determinisme zich laat rijmen met menselijke vrijheid – en zo ja, hoe dan? – is één van de grote onopgeloste vragen van de moderne filosofie. De hoofdrolspelers in de Matrix-trilogie vertegenwoordigen verschillende antwoorden op die vraag. Het gedrag van de software agents, zoals Smith, het Orakel, de Merovingian, de keymaker en de Architect, lijkt volstrekt te zijn gedetermineerd. Dat is niet zo vreemd, aangezien zij niets anders doen dan op mechanische wijze voorgeprogrammeerde regels uitvoeren. De Merovingian, het kwaadaardige programma dat de keymaker bewaakt, weet dat Neo zelfs welluidend uit te leggen en hij gaat er vanuit dat dit bij de mens niet anders is. Volgens hem is keuzevrijheid een illusie, gecreëerd tussen hen die wel en hen die geen macht hebben. Alles in de wereld loopt volgens de wetten van actie en reactie, oorzaak en gevolg, wat hij demonstreert door in een van de Matrix-bewoonsters in de vorm van een nagerecht een programma te implementeren dat haar seksuele lust aanwakkert – dit tot genoegen van de programmeur, die weet welke driften hemzelf drijven. De hoogste vrijheid die we kunnen bereiken en die ons boven de dieren verheft, zo stelt de Merovingian in navolging van Spinoza, alvorens hij de dame in kwestie naar het toilet volgt, is dat we begrijpen wat ons drijft.

Interessant is ook het Orakel dat de Zionisten de komst van `the One' voorspelt en steeds lijkt te weten wat Neo gaat doen. In een volstrekt gedetermineerde wereld is dat, in principe, mogelijk. Morpheus gelooft dat het Orakel de toekomst kan voorspellen, maar voor hem – en hij sluit daarbij aan bij een bepaalde christelijke interpretatie van de alwetendheid van God – staat zo'n profetie de menselijke vrijheid niet in de weg. Volgens Morpheus kan het Orakel voorzien dat Neo uit vrije wil zijn rol als bevrijder op zich zal nemen.

Neo is op dit punt veel moderner dan Morpheus. Hij zegt tegen Morpheus controle over zijn leven te willen hebben, en dat hij daarom de gedachte dat het Orakel zijn toekomstig gedrag kan voorspellen, niet kan verdragen. Zelfs wanneer ons lichaam onderworpen is aan de wetten van de natuur waarvan het deel uitmaakt, dan nog bezit de geest volgens Neo onvoorwaardelijke vrijheid. In dat opzicht is hij een echte Neo-kantiaan. Volgens Kant is de mens een burger van twee werelden. Een bijzonder schizofrene burger zelfs: als lichaam volledig onderworpen aan de wetten van de natuur, als autonome geest volledig vrij zichzelf de (morele) wet voor te schijven. Zoals alle kantianen worstelt Neo met de opgave die twee werelden bij elkaar te brengen en natuur en vrijheid, neiging en plicht, met elkaar te verzoenen. Beter dan wij doorgaans in ons leven slaagt Neo er steeds beter in de wetmatigheden van de Matrix aan zijn vrije geest te onderwerpen.

Als radicale modernist kampt Neo echter ook met een ander probleem. Als we werkelijk onvoorwaardelijk vrij zijn, dan ontvalt ons ieder traditioneel houvast. Wanneer Neo losbreekt uit de comfortabele zekerheden van de Matrix, staat hij er plotsklaps helemaal alleen voor. Ook in dat opzicht is hij `the One'. Misschien heeft de tobbende Neo in zijn jeugd wel iets teveel Sartre gelezen, die de menselijke keuzevrijheid nog sterker aanzet dan Kant, wanneer hij stelt dat we eigenlijk ieder moment van ons leven voor de existentiële keuze staan wel of niet door te ademen. Wanneer Neo weer eens voor een onmogelijke keuze staat, zal hij waarschijnlijk met Sartre verzuchten dat de mens gedoemd is om vrij te zijn.

Ook wanneer Neo maar een klein beetje vrijheid zou bezitten of uitoefenen, heeft het Orakel een serieus probleem. Neo's gedrag laat zich dan principieel niet meer voorspellen. Maar misschien is dat, net zoals bij het klassieke orakel van Delphi, ook helemaal niet de bedoeling. Misschien is het wel vooral haar taak, als een moderne Socrates, Neo te stimuleren zijn eigen keuzes te maken en te begrijpen. Zo zegt zij in Reloaded tegen hem: ,,Je komt hier niet om een keuze te maken, maar om de keuze die je al gemaakt hebt, te begrijpen.'' En ook als het Orakel – zoals Neo ontdekt – in werkelijkheid `just another level of control' is, impliceert dat niet dat zij zou kunnen voorspellen. In dat geval probeert ze Neo door haar (self-fulfilling) prophecies naar de Bron(code) te manipuleren.

En hoe zit het met de vrijheid van de bewoners van de Matrix? Volgens Morpheus hebben zij geen vrijheid, aangezien zij slaven zijn van de machines en hun wereld een door computers geschapen virtuele wereld is. In de Matrix-literatuur wordt dit standpunt wel verhelderd door te verwijzen naar een gedachte-experiment van Robert Nozick. Hij stelt zich een Experience Machine voor die door prikkeling van de hersenen al onze wensen – een fantastische partner, een moordbaan, schitterende reizen – op hallucinatoire wijze bevredigt en hij geeft vervolgens verschillende redenen om daar niet voor te kiezen. In het leven willen we echte ervaringen hebben, en niet slechts de illusies. Bovendien zijn die ervaringen pas echt bevredigend wanneer we daar moeite voor hebben moeten doen en er echte keuzes voor hebben moeten maken. Is dat ook niet wat ons afschrikt in het leven in de Matrix?

Hubert Dreyfus heeft onlangs in een lezing in Amsterdam – zie http://whatisthematrix.warnerbros.com/ – op goede gronden betoogd dat Nozicks gedachte-experiment niet van toepassing is op de Matrix. Anders dan in dat gedachte-experiment ervaren de mensen in de Matrix geen solipsistische hallucinatie, maar ontmoeten zij in hun virtuele wereld daadwerkelijk (de avatars van) andere mensen en ondergaan zij allerlei echte ervaringen. Ze werken, worden verliefd, krijgen ruzie en ondervinden tegenwerking. Ze maken wel degelijk keuzen en hun handelingen hebben bovendien echte consequenties. Wanneer ze iemand doden in de Matrix, zo wordt duidelijk in de film, sterft ook het lichaam in zijn kunstmatige baarmoeder. (In dat licht bezien is het oordeel van Agent Smith dat de dood en verderf zaaiende Neo en zijn bende levensgevaarlijke terroristen zijn, niet geheel ongegrond). Dat ze door de machines worden gebruikt als energiebron of – meer waarschijnlijk, maar daarover in de volgende aflevering meer – bewustzijnsbron, doet niets aan hun vrijheid in de Matrix af. Net zo min als het feit dat onze lichamen gebruikt worden door `zelfzuchtige genen' iets afdoet aan de vrijheid die we bezitten om ons niet uitsluitend met de reproductie van onze genen bezig te houden, maar ook te genieten van een goede film of zelfs, af en toe, een altruïstische daad te verrichten.

In dat licht bezien is het niet zo gek dat Cypher, die deel uitmaakt van de bemanning van Morpheus' hovercraft, betreurt dat hij ooit de rode pil heeft genomen en er voor kiest terug te keren naar de wereld van de Matrix. Hij verkiest de zalige onwetendheid, wanneer deze vergezeld gaat van een flinke biefstuk en een goed glas wijn, boven inzicht in de miserabele omstandigheden van het leven in Zion.

Toch is er volgens Dreyfus een goede reden om niet terug te keren naar de Matrix. Hoewel de bewoners ervan een zekere vrijheid kennen binnen deze wereld, missen ze de voor de mens wezenlijke vrijheid om nieuwe werelden te scheppen! Grote politieke leiders, kunstenaars, profeten, filosofen en wetenschappers scheppen nieuwe werelden. In existentialistische termen: door authentiek te leven, dat wil zeggen door fundamentele keuzes te maken, hebben figuren als Socrates, Jezus en Descartes hun wereld op beslissende wijze getransformeerd. En dat nu is volgens Dreyfus niet mogelijk in de wereld van de Matrix. De bewoners van die voorgeprogrammeerde wereld zijn niet in staat de `spelregels' van hun bestaan werkelijk te veranderen en zijn daarom veroordeeld tot een inauthentiek bestaan.

Bij die opvatting zijn echter wel wat kanttekeningen te maken. Om te beginnen hebben existentialisten als Heidegger en Sartre altijd onderstreept dat inauthenticiteit eigen is aan het menselijk leven, en eerder regel dan uitzondering. Niemand is in staat voortdurend authentiek te leven. Wat dat betreft verschilt het leven in de Matrix niet zoveel van ons alledaagse leven. Anderzijds is Neo er het bewijs van dat zelfs in de Matrix authentiek leven mogelijk is. Neo is voortdurend bezig de regels en wetten van de Matrix te transformeren, zijn hele queeste is erop gericht een nieuwe wereld te scheppen. Bovendien speelt het leerproces van Neo zich vrijwel geheel binnen de Matrix af. Dat verklaart wellicht ook waarom de gevorderde leerling Neo in Reloaded niet gewoon wegvliegt wanneer de agenten hem aanvallen.

Neo blijkt zelfs in staat de software agent Smith te bevrijden uit zijn kluisters. Weliswaar zit Smith nog vast aan enkele nare ingeprogrammeerde gewoonten, zoals Neo naar het leven staan. Maar de reden daarvan is nu, zoals hij Neo tijdens een van hun confrontaties toevertrouwt, dat hij een doel in het leven zoekt. Nu zou men met de Merovingian kunnen tegenwerpen dat dit nooit weggelegd zal zijn voor mechanistisch handelende programma's. Maar zal in Revolutions, het derde deel van de Matrix-trilogie, niet blijken dat het doel van Neo's queeste is de machines leven in te blazen. Mogen wij met de machines hopen dat Neo hun bewustzijn, emoties en vrijheid zal schenken?

To be concluded

 

Na de première van `The Matrix Revolutions' op 6 november 2003 zal het derde deel van deze essay-trilogie in het Cultureel Supplement verschijnen: 3. 'The Matrix Revolution' - Wat mag ik hopen?

Volg voor een overzicht van alle drie de delen van The Matrix-trilogie deze link.

Nieuws

Deze website wordt momenteel vernieuwd

Publicatie 28 maart 2024

Boeken van Jos de Mul

Doorzoek deze website

Contactinformatie