• 序言 约斯·德·穆尔 (Jos de Mul. Introduction) In: Zha Changping. World Relational Aesthetics. A History of Ideas in Pioneering Contemporary Chinese Art. Volume One. Shanghai: Sanlian, 2017, xiv-xvi, xvii-xx.

    序言约斯·德·穆尔(鹿特丹伊拉斯谟大学)

    2006年,我来中国参加学术讲座,访问了不同的城市。这些城市各具千秋,例如乌鲁木齐和上海。我也参加了国际美学协会在成都举办的会议。会上,我第一次见到查常平先生。介绍我们认识的是一位共同的朋友:上海的历史学者陈新。在成都逗留期间,常平和我有几次对话。我还记得六月一个炎热的夜晚,我们和雕塑家朱成以及我妻子格里(Gerry)一起坐在府河边的露台上,讨论中国和欧洲的当代艺术、宗教和政治的状况,一面享受着四川美食和冰啤,一面看着露台上小孩快乐地玩耍。真是一个美好之夜,让我难以忘怀。

        一晃十多年过去了。此间,常平和我保持着联系。他的出版物我都拜读过(可惜只能读翻译成英文的那些作品,因为我不懂中文)。他产出之多、涉猎之广,令我钦佩,从艺术批评和艺术史——如丰富多彩的《向上成都,身体美学与场景凸现》(2013)——到历史逻辑、日本历史、新约研究和一系列翻译作品。更令我印象深刻的是:他深谙西方艺术理论并且能够灵活应用于汉语语境中。常平确实是一位全面的人文学者,善于运用启发性的跨文化研究方法。

  • Jos de Mul. Romantic Desire in (Post)Modern Art and Philosophy.Albany: State University of New York Press, 1999, 316 p.

    Translation of Het romantische verlangen in (post)moderne kunst en filosofie, Rotterdam: Rotterdamse Filosofische Studies (Dutch)
    ISBN 0-7914-4217-9 (hard cover)
    ISBN 0-7914-4218-7 (paperback)
    US $ 95.00 (Order hard cover ); US $ 33.95:  (Order paperback )

    An erudite and wide-ranging discussion of postmodernism and romanticism in twentieth-century art and philosophy.
    In this erudite and wide-ranging discussion of postmodernism and romanticism in twentieth-century art and philosophy, Jos de Mul sheds a fascinating light on the ambivalent character of our present culture, which oscillates between modern enthusiasm and postmodern irony. Along the way, he engages the work of such thinkers as Nietzsche, Freud, Heidegger, Habermas, Lacan, Barthes, and Derrida; visual artists Magritte and Stella; poets George and Coleridge; and composers Schonberg, Cage, and Reich, among others, providing a sort of intellectual history of Romantic, Modernist, and Postmodernist "tempers."

  • Jos de Mul. Preface. In: Zha Changping. World Relational Aesthetics. A History of Ideas in Pioneering Contemporary Chinese Art. Volume One. Shanghai: Sanlian, 2017, xiv-xvi, xvii-xx.

    In 2006, as part of a lecture tour through China, which brought me to cities as different as Urumqi and Shanghai, I also participated in a conference of the International Association of Aesthetics in Chengdu. It was on this occasion that I met Zha Changping for the first time. I was introduced to him by a common friend of us, the Shanghai-based historian Chen Xin. During my stay in Chengdu, Changping and I had several conversations, and I especially remember one hot evening in June, whenwe, together with museum sculptor Zhu Cheng and my wife Gerry, were sitting on a terrace near the Fu river, discussing the state of contemporary art, religion and politics in China and Europe, meanwhile enjoying the delicious Sichuan food and cool beers and watching the joyful play of the little children on the terrace. It was a wonderful evening, to which my memories often return.

    Since that first meeting more than ten years have passed, in which Changping and I kept in touch. I followed his publications (unfortunately only being able to read the English ones, as I am not able to read Chinese) and was impressed by his productivity andthe broad scope of his publications, ranging from art criticism and art history – such as the very informative Up-On Chengdu, Somatic Aesthetics and Scene Connection (2013) - to studies in the logic of history, Japanese history, New Testament studies, and a series of translations. What moreover impressed me was his profound familiarity with Western art theories and the creative way he applied them within a Chinese context. Changping proved to be all-round humanities scholar with an inspiring intercultural approach.

  • Jos de Mul. Inleiding. In: Schelling, Filosofie van de kunst. Amsterdam: Boom, 1996, 7-53.

    Inleiding

    Friedrich Wilhelm Joseph Schelling (1775-1854) behoort met Johann Gottlieb Fichte en Georg Wilhelm Friedrich Hegel tot de belangrijkste vertegenwoordigers van het Duitse idealisme. Ofschoon de hoogtijdagen van deze filosofische beweging aan de Duitse universiteiten in feite reeds met de dood van Hegel in 1831 werden afgesloten, is de invloed die het idealisme heeft uitgeoefend op de moderne continentale en - in mindere mate en vooral als metafysisch contrapunt - de angelsaksische wijsbegeerte tot op heden moeilijk te overschatten. Negentiende- en twintigste-eeuwse stromingen als hermeneutiek, marxisme, fenomenologie, existentialisme en differentiedenken zijn niet goed denkbaar zonder de door de idealisten begonnen 'Odyssee van de geest'.

    In de historische overzichten van het Duitse idealisme wordt Schelling vaak opgevoerd als de verbindende schakel tussen Fichte en Hegel. Volgens deze, door laatstgenoemde geïntroduceerde opvatting, vertegenwoordigt Fichte met zijn filosofie waarin het Ik centraal staat het subjectieve idealisme, Schelling met zijn natuurfilosofie het objectieve idealisme, en brengt Hegel beide posities tot een hogere synthese in zijn absolute idealisme. Het probleem met deze indeling is dat zij hoogstens opgaat voor een bepaalde fase in het denken van Schelling, om precies te zijn voor de jaren 1797-1799, waarin hij een reeks natuurfilosofische geschriften publiceert. De gehele verdere ontwikkeling van Schellings denken, die ruim vijf decennia beslaat, blijft in deze indeling noodgedwongen buiten beschouwing.

  • Jos de Mul. From Yijing to Hypermedia: Some Notes on Computer-mediated Literary Theory and Criticism. In: Peng Feng (ed.), Aesthetics and Contemporary Art. International Yearbook of Aesthetics. Volume 16. Beijing University: 2016, 114-125.

    The development and global dissemination of computers - from the mainframe computers in the middle of the 20th century up to the smart phones that enable us to be online everywhere at any time - has an enormous impact on virtually every domain in human life, including art and literature. In the past decades, we have witnessed the emergence of different kinds of new media, that – among many other things – also have given birth to new art forms and genres, such as computer animations, hypertext, and interactive netart. All these new (that is: computer-mediated) media can be called “hypermedia”, because they share two fundamental characteristics: they are media that are both multimedial and non-linear.

    In this contribution I will discuss the impact of hypermedia on literary theory and criticism. More particularly, the question I will focus on in my lecture is: how to write about hypermedia? In what ways do hypermedia affect literary theory and literary criticism. However, when writing about hypermedia, literature can only be a point of departure of our examination. After all, hypermedia are media that absorb and thereby re-mediate the other “old media”, literature included.[1] And this, as I will argue, also applies to literary theory and literary criticism, which at least partly is going to be transformed into hypermedial criticism.

  • Jos de Mul. Echo's van een laatste God. Voorbij het einde van de kunst (in voorbereiding).

    Hoe staat het eigenlijk met de sneuvelbereidheid van de hedendaagse kunstenaar?

    In dit boek worden 'het einde van de kunst' en 'de dood van God' - twee thema's die de filosofie van de afgelopen eeuw voortdurend hebben bespookt - in hun onderlinge samenhang doordacht. Deze vraag heeft met de komst van de islam in het seculiere Europa een nieuwe actualiteit gekregen.

    De Mul analyseert daartoe op diepgaande wijze de teksten die Hegel, Nietzsche, Freud en Heidegger aan deze beide thema's hebben gewijd en verheldert zijn betoog in een reeks verrassende interpretaties van kunstwerken van uiteenlopende signatuur. Zo komen onder meer de Metamorfosen van Ovidius, gedichten van Kouwenaar, schilderijen, foto's, sculpturen en video-installaties van Man Ray, Newman, Scholte en Viola, muzikale composities van Carter en een film van Godard ter sprake.

    De Mul betoogt dat Hegels bespiegelingen over het einde van de kunst niet zozeer een nostalgische terugblik op de grootsheid van de klassieke kunst behelzen, maar vooruitwijzen naar de vele gestalten van de moderne kunst, zoals die van de niet-meer-schone, de niet-meer-figuratieve, de niet-meer-expressieve en de niet-meer-menselijke kunst. Aanknopend bij Nietzsches these dat het nog eeuwen zal duren voordat de mens zich de betekenis van de dood van God zal realiseren, argumenteert De Mul dat de kunst in de twintigste eeuw bij uitstek het medium is geweest waarin de schaduwen en echo's van de gedode God levend zijn gebleven. Het werk van bovengenoemde kunstenaars wordt uitgelegd als een reeks pogingen om voorbij het 'einde van de kunst' nieuwe, immanente vormen van transcendentie en spiritualiteit te bewerkstelligen.

Page 1 of 2

News

This website is currently under (re)construction

Coming lectures

Grid List

2023-11-10 (Bari) Videogames, non-linearity and post-history

Read more

Books by Jos de Mul

Search this website

Contact information