Sociale media, China’s nieuwe front
Jos de Mul, Sociale media, China’s nieuwe front. Trouw, 24 november 2012, Letter en Geest, 16-19.
ESSAY Oppositie was makkelijker te onderdrukken toen er nog geen internet of mobieltjes waren. Maar in China zijn critici van de overheid niet de enigen die de nieuwe media gebruiken. Ook de staat komt op ideeën.
De nachtelijke autorit van Zhengzhou Airport naar Kaifeng voert langs een eindeloze serie bouwprojecten. Zover het oog reikt tekenen de fel verlichte torenflats in aanbouw zich af tegen de donkere hemel. Hier wordt dag en nacht gewerkt. Zhengzhou, de aan de Gele Rivier gelegen hoofdstad van de provincie Henan, is niet alleen de bakermat van de Chinese cultuur, maar tevens één van China's dertien nieuwe megalopoleis. Naar verwachting zal het inwonertal de komende acht jaar van drie naar twaalf miljoen groeien.
Gastheer Li Yong informeert tijdens de rit of ik moe ben. Door een defect aan de pilotenstoel van de aftandse Boeing 767 heeft de reis van New York via Amsterdam naar Zhengzhou 82 uur geduurd en heb ik de eerste dag van de conferentie aan de universiteit van Henan over literatuur en nieuwe media, mijn eigen openingslezing incluis, gemist. Ik heb betere dagen gekend. Maar moe zijn is niet echt een optie in het bedrijvige China.
Sinds Deng 'Shopping' in de jaren tachtig de economische liberalisering inzette, schieten industriële centra, nieuwe stadswijken en luxueuze winkelcentra als paddestoelen uit de grond en shopt een snel groeiende middenklasse een postmoderne lifestyle bij elkaar.
Ook op cultureel gebied lijkt er sprake van wat de Chinese leiders aan de vooravond van het 18de nationale congres van de Communistische Partij trots aanduidden als 'de Grote Chinese Renaissance'. De Chinese kunstwereld getuigt inderdaad van een indrukwekkende vitaliteit. Waar de avantgardes van de jaren tachtig en negentig, zoals Political Pop en Cynisch Realisme, zich vooral richtten op Westerse verzamelaars en musea, is inmiddels een bloeiende, nationale kunstmarkt ontstaan. Toen ik begin september op uitnodiging van schilder Lu Yushung de opening van de overzichtstentoonstelling van zijn werk in het Nationaal Kunstmuseum van China (NAMOC) in Peking bezocht, bleek dat een enorm mediaspektakel te zijn, waar celebrities, nouveaux riches en cameraploegen over elkaar heen buitelden. Na de opening werden de gasten naar het monumentale Beijing Hotel gevoerd, waar een flitsende modeshow aan ons voorbij trok. De extravagante, op de schilderijen van Lu geïnspireerde kleding die op de catwalk aan ons voorbijtrok, was ontworpen door de zuster van de schilder. Welkom in de wereld van 'het communisme met Chinese karaktertrekken'.
Eliminatie Fortuyn onvermijdelijk?
Jos de Mul. Eliminatie Fortuyn onvermijdelijk? NRC Handelsblad. Opinie. 3 mei, 2012, p. 16.
Was de uitschakeling van de messiasfiguur Pim Fortuyn niet onvermijdelijk? Wie het verbod op discriminatie wil afschaffen, ruilt de politiek in voor de burgeroorlog, stelt Jos de Mul.
Op 6 mei 2012 zal het tien jaar geleden zijn dat Pim Fortuyn op brute wijze werd vermoord door milieuactivist Volkert van der Graaf. Vriend en vijand zijn het er over eens dat de 'Fortuyn-revolte' de Nederlandse politiek diepgaand heeft beïnvloed. Over de vraag wat die invloed precies is geweest en hoe we die dienen te waarderen, lopen de meningen echter sterk uiteen. Is het 'gedachtegoed van Pim' vooral gelegen in de inhoudelijke thema's die hij agendeerde (immigratie en integratie, islamisering, Nederlandse identiteit, criminaliteit, de kloof tussen politiek en burgers) of komt het veeleer tot uitdrukking in de populistische stijl waarmee Fortuyn politiek bedreef, en die de Nederlandse politiek sindsdien domineert?

Zo mogelijk nog minder overeenstemming over de vraag hoe we de spectaculaire politieke opkomst van Fortuyn moeten verklaren en waarderen. Gaf hij een stem gaf aan het ongenoegen dat door de politieke elite van het land decennialang was genegeerd? Was hij een 'nationale Pietje Bell' die straffeloos allerlei kattenkwaad mag uithalen omdat hij in de grond genomen een gouden hartje heeft? Of was het succes van de 'politieke dandy' Fortuyn een symptoom van de individualistische en hedonistische massacultuur die zich in de traditionele en nieuwe media breed maakt?
Een mogelijk antwoord op deze vragen is te vinden in Fortuyns messianistische beschouwingen in zijn boek De verweesde samenleving (1995). In dit - volgens de ondertitel - 'religieus-sociologische traktaat' bespreekt Fortuyn 'de destructie van de Wet van de vader'. Met die psychoanalytische formule doelt hij niet alleen op de secularisatie, die in de westerse cultuur, Nederland voorop, heeft geleid tot een ondermijning van religie en religieuze autoriteiten, maar ook op de ondermijning van politieke autoriteit, die volgens hem vooral sinds de door studentenprotest, feminisme en seksuele bevrijding gekenmerkte antiautoritaire jaren zestig zijn beslag heeft gekregen. Het is "de erfzonde van de babyboomers, mijn generatie dus". Volgens Fortuyn zijn de problemen waarmee de huidige samenleving kampt het gevolg van deze destructie van de Wet. We horen hier een echo van wat in de negentiende eeuw al werd voorspeld door Dostojevski en Nietzsche: als God dood is, is alles geoorloofd en komt de cultuur in de greep van het nihilisme. De samenleving, zo concludeert Fortuyn, "is er een geworden van wezen, zonder leiding, zonder geborgenheid, zonder doel".
Ze begrijpt me!
Jos de Mul. Ze begrijpt me. Hoe nieuwe robots ons leven gaan raken. Trouw, 3 december, 2011, Letter en Geest, 1-3.
"Mijn machine maakt mogelijk wat nu nog niet kan", schreef Karel van het Reve in 1983, aan de vooravond van de digitale revolutie.Hoe staan we er anno 2011 voor? De Rotterdamse filosoof Jos de Mul Ziet nu al ongekende mogelijkheden voor robots en er kan nog veel meer. Alleen: een machine die mijn gevoelens doorgrondt en van wie ik ga houden, is dat wel wenselijk?
Ze praat, lacht en wandelt, weegt 43 kilo en is 1,58m lang. De Japanse humanoide robot, ontworpen door Kazuhito Yokoi, luistert naar de naam HRP-4C,alias Miim. Afhankelijk van de gebruikte software kan ze ook dansen of zingen:verder functioneert Miim prima als mannequin die op de catwalk bruidskleding showt.
Schuld en bonus. Over geld, Grieken en tragiek
Jos de Mul en Liesbeth Noordegraaf-Eelens. Schuld en bonus. Over geld, Grieken en tragiek. Trouw, zaterdag 5 november, 2011, Letter en Geest, 1-3.
De eurotop van 26 oktober had een eind aan de euro-crisis moeten maken, maar met de aankondiging van het Griekse referendum nam de verbijstering en verwarring weer toe. Waarom lukt het Europa niet de crisis te bedwingen? Is dat te wijten aan de onvoorspelbaarheid van de financiële markten of is het veeleer te wijten aan een gebrek aan leiderschap?
Een wereld zonder financiële crises, omvallende banken en landen die balanceren op het randje van de afgrond: het lijkt een onrealistische wensdroom. Sinds een jaar of vijf sleept de wereldeconomie zich voort van de ene crisis naar de andere. Het begon in 2007 met de subprime mortgage (‘rommelhypotheken’) crisis, die een jaar later leidde tot een wereldwijde bankencrisis. Nationale overheden moesten banken redden. Op dit moment zuchten de Verenigde Staten en diverse landen in Europa onder torenhoge overheidsschulden.
En ze polderden nog lang en gelukkig.
Jos de Mul. En ze polderden nog lang en gelukkig. Trouw, 9 april, 2011, Bijlage Letter en Geest, 5.
Sinds Pim Fortuyn is het poldermodel zwaar verguisd – maar het blijft springlevend` Het maakt straks de ontislamiseerders brodeloos en is er nu in geslaagd om Wilders` ooit een gevreesd populist` te tranformeren tot een 'watje'.
Nederlanders mogen zichzelf graag beschouwen als nuchtere polderbewoners. Die typering van de volksaard staat op gespannen voet met de massahysterie die deze polderbewoners de laatste jaren regelmatig overvalt. Of het nu gaat om de oranjeverdwazing die uitbreekt ten tijde van Europese of mondiale voetbalkampioenschappen of het euforische verdriet dat zich voordoet bij de dood van een volksheld als André Hazes, nuchter is wel het laatste woord dat daarbij van toepassing is. Kan men deze verschijnselen nog kan afdoen als relatief onschuldige vormen van polderfolklore, ook de politiek is het afgelopen decennium steeds meer in het teken komen te staan van massale impulsiviteit, wisselvalligheid en prikkelbaarheid. Vooral de opkomst van het populisme heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. De moord op Pim Fortuyn en zijn begrafenis riepen emoties op die de hysterie die in Groot-Brittannië volgde op de dood van prinses Diana naar de kroon staken. Met de elkaar de tent uit vechtende Überpubers van de LPF deed een verschijnsel zijn intrede in de polderpolitiek dat de historicus Huizinga in de jaren dertig aanduidde als puerilisme, het explosieve mengsel van kinderachtigheid en barbaarsheid.
Open cinema. Inventiviteit in digitale tijden
Jos de Mul. Open cinema. Inventiviteit in digitale tijden. Dutch Directors Guild Gazet. Nr.1 (2011), 16-19.
Net als andere kunstvormen ondergaat ook de film een fundamentele transformatie door de digitalisering van de cultuur. Deze transformatie raakt niet alleen de film als kunstvorm, de specifieke cinematografische taal en esthetica die de film onderscheidt van andere kunstvormen, maar ook de film als cultureel instituut, dat wordt gekenmerkt door specifieke, historisch gegroeide wijzen van productie, distributie en receptie. De digitalisering betekent zowel voor de cinematografische kunstvorm als voor het instituut film een grote uitdaging, in de dubbele betekenis van dit woord. Enerzijds bedreigt de digitalisering de film zoals we die tot niet zo lang geleden hebben gekend, anderzijds biedt de digitalisering de film uiteenlopende nieuwe kansen.
Homo ludens 2.0
Jos de Mul. Homo ludens 2.0. De Volkskrant, 27 november 2010. Het Vervolg, 9.
Nederland wordt steeds speelser. De Homo ludens van Johann Huizinga beleeft eennopmerkelijke revival in het tijdperk van Twitter en iPad.
Je zou het door de dagelijkse onheilstijdingen over de economische crisis en de vermeende islamisering bijna over het hoofd zien, maar Nederland is in de afgelopen decennia steeds speelser geworden. Ons land staat daarin niet alleen. De mondiale 'ludificering van de cultuur' is het meest zichtbaar in de immense populariteit van computerspellen, die qua verkoop de speelfilm zijn voorbijgestreefd. De ludificering raakt echter de hele cultuur. In de hedendaagse 'experience economy' staat niet alleen de vrijetijdsbesteding – sport, funshopping, pretparkbezoek, talentenjachtprogramma's op tv - in het teken van het spel, ook serieuze zaken als werk dienen vooral 'fun' te zijn. De markteconomie had natuurlijk altijd al iets van een wedstrijd, maar de kredietcrisis heeft geleerd dat handel in het casinokapitalisme een verslavend gokspel is geworden. Spel is voor de huidige belevingseconomie even belangrijk als werk dat was voor de industriële economie.
Opvoeding en omgeving kunnen net als eigenschappen erfelijk zijn
Frank Grosveld en Jos de Mul. Opvoeding en omgeving kunnen net als eigenschappen erfelijk zijn. De Volkskrant. Het Vervolg, zaterdag 3 april 2010, 10.
Het Darwinjaar zit erop; de hoogste tijd om weer eens te kijken naar andere opvattingen over de evolutietheorie.
In het afgelopen jaar is de tweehonderdste verjaardag van Darwin en de honderdvijftigste verjaardag van diens boek On the Origin of Species gevierd met een stortvloed aan publicaties, lezingen, tentoonstellingen en televisieprogramma’s. Gezien de centrale plaats die Darwins evolutietheorie inneemt in de levenswetenschappen en de groeiende invloed ervan op de sociale en geesteswetenschappen is dat niet verwonderlijk. De filosoof Daniel Dennett noemt het idee van de natuurlijke selectie in zijn boek Darwin’s Dangerous Idea (1995) zelfs ‘het beste idee dat iemand ooit heeft gehad’. Tegen die achtergrond is het ironisch dat recent onderzoek noopt tot een herziening van het centrale dogma van het neodarwinisme, namelijk dat uitsluitend in het DNA vastgelegde eigenschappen kunnen worden overgeërfd. Dit noodzaakt tot een fundamentele herwaardering van de door (neo)darwinisten afgewezen opvatting van Darwins oudere tijdgenoot Lamarck dat tijdens het leven verworven eigenschappen op termijn kunnen worden overgeërfd. Zo’n herwaardering heeft belangrijke implicaties, bijvoorbeeld voor het zogenaamde nature-nurture debat.
De eLezer verenigt het beste van de analoge en de digitale wereld
Jos de Mul. De eLezer verenigt het beste van de analoge en de digitale wereld. De Volkskrant. Het Vervolg, zaterdag 10 april 2010, 9.
Radical romanticism
Jos de Mul. Radical romanticism. CafePhilosophy (Sydney), April/May, 2009, 8-12.
De echte wil van het volk bestaat niet
Jos de Mul. De echte wil van het volk bestaat niet. Financieel dagblad, 17 oktober 2009, 17.
Niet bang voor Big Brother
Jos de Mul. Niet bang voor Big Brother. De Volkskrant. Het Betoog, 31 januari 2009,
We're only in it for the money
Jos de Mul. We're only in it for the money. Wah Wah. Literair poptijdschrift, nr. 10 (2008), 180-182.
De multitasker als informatiejager
Jos de Mul. De multitasker als informatiejager. De Volkskrant. Het Betoog, 15 november 2008, 5.
Digitale mens zoekt aura in dataïsme
Jos de Mul. Digitale mens zoekt aura in dataïsme, De Volkskrant, Het Betoog, 17 mei 2008, 5.
Er is waarschijnlijk geen andere tekst die in studies over nieuwe media zo vaak wordt aangehaald als Walter Benjamins Het kunstwerk in het tijdvak van de technische reproduceerbaarheid uit 1936. Onlangs nog citeerde Abram de Swaan hem in zijn brochure Het signaal is ruis geworden (Bert Bakker).
Dat is niet zo verwonderlijk, aangezien in deze korte tekst de briljante ideeën over elkaar heen buitelen. Benjamins essay gaat niet alleen over kunst, zoals de titel suggereert, maar ook over religie, economie en politiek. Het verbindende thema is de transformatie die de menselijke ervaring in deze domeinen ondergaat onder invloed van fotografie en film.
Benjamins visionaire denkbeelden kunnen ons helpen de niet minder fundamentele veranderingen te doorgronden die onze ervaring in ‘het tijdvak van de digitale recombineerbaarheid’ ondergaat. Daarbij kunnen we echter niet volstaan met het klakkeloos toepassen van Benjamins analyse, maar moeten we zijn ideeën verder ontwikkelen in het licht van het voor de nieuwe media kenmerkende concept van de database.
Maak de wereld tot een kunstwerk
Jos de Mul. Maak de wereld tot een kunstwerk,De Volkskrant, Het Betoog, 5 januari 2008, 5.
De romanticus verlangt hartstochtelijk naar een betere wereld, en dat fanatisme pakt maar al te vaak verkeerd uit, betoogde de Duitse filosoof Rüdiger Safranski in een belangrijk boek uit 2007, Romantik. Eine Deutsche Affäre. Volgens Jos de Mul is Safranski te negatief over de romantiek. Zonder enthousiasme en schone vergezichten vervalt een cultuur tot nihilisme. Wél dient het enthousiasme gepaard te gaan met een vermogen tot zelfrelativering. Het artikel op deze pagina is gebaseerd op de geactualiseerde, vierde herdruk van het boek Het romantische verlangen in (post)moderne kunst en filosofie.
Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw (bijdragen 2007)
Jos de Mul. Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw. In 2007 heb ik bijdragen geleverd aan de volgende afleveringen: Europa (21-3-2007) Overheid moet bevoogden (25-7-2007), Neem Wilders' wapens op (12-12-2007).
De zaak Savanna Kassandra is een Griekse tragedie
Jos de Mul. De zaak Savanna Kassandra is een Griekse tragedie. De Volkskrant, 1 november 2007, Forum, 12.
Sublieme seks kan ons vernietigen
Jos de Mul. Sublieme seks kan ons vernietigen. De Volkskrant, 5 oktober 2007, Forum, 12.
Wittgenstein 2.0
Jos de Mul. Wittgenstein 2.0. NRC Handelsblad. Cultureel Supplement. Vrijdag 17 augustus, 2005, 15
Pleidooi voor een verlichte polytiek
Jos de Mul. Pleidooi voor een verlichte polytiek. De Volkskrant, 26 mei 2007, Bijlage Het Betoog, 5.
Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw (bijdragen 2006)
Jos de Mul. Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw. In 2006 heb ik bijdragen geleverd aan de volgende afleveringen: Over ethiek en Talpa's pestshow De Gouden Kooi (3-5-2006: ); Over de mens als cyborg (20-9-2006).
Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw (bijdragen 2005)
Jos de Mul. Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw. In 2005 heb ik bijdragen geleverd aan de volgende afleveringen: Over de klassieke en de (post)moderne omgang met rampen (19-10-2005).
Zen en de kunst van het computeronderhoud
Jos de Mul. Zen en de kunst van het computeronderhoud, NRC Handelsblad. Cultureel Supplement. 9 september 2005, 5.
Over loochenen
Jos de Mul. Over loochenen. In: De titels van Montaigne. De Gids (Juli-Augustus-September 2007), 823-827.
Wij zijn onbekenden voor onszelf, wij mensen van de kennis, we kennen onszelf niet. … We blijven onszelf nu eenmaal noodzakelijkerwijze vreemd, we begrijpen onszelf niet, we moeten onszelf met een ander verwarren, voor ons luidt het motto in alle eeuwigheid: ‘Ieder is zichzelf de verste’ – voor onszelf zijn we geen ‘mensen van de kennis’.
Friedrich Nietzsche
Na het dagboek is het essay ongetwijfeld het meest persoonlijke literaire genre. Hoewel er nauwelijks een onderwerp valt te bedenken dat zich onttrekt aan de bespiegelingen van de essayist, is hij – tot voor kort meestal een hij - in laatste instantie toch vooral in zichzelf geïnteresseerd. Als andere zaken zijn belangstelling opwekken, dan is dat alleen omdat ze beloven iets interessants over hemzelf te onthullen. Niet het onderwerp is voor de essayist van belang, maar de gevoelens, gedachten en stijlfiguren die dit in hem oproept. Voor de essayist is de hele wereld een spiegel, waarin hij steeds opnieuw zijn eigen gelaat bestudeert. Meer dan enig ander onderwerp bestudeert hij zichzelf. Essayistiek is voor alles zelfonderzoek. En het genre dankt zijn populariteit niet in de laatste plaats aan de niets ontziende eerlijkheid waarmee de essayist zichzelf beschrijft. Althans, dat is de illusie die de schrijver mét zijn lezer koestert.
Geen enkele deugd wordt zo gewaardeerd als eerlijkheid. Maar geen deugd is ook zo zeldzaam als het spreken van de waarheid. Psychologisch onderzoek bevestigt ons bange vermoeden dat we voortdurend liegen. In een enkele jaren geleden uitgevoerd experiment vroeg de Amerikaanse psycholoog Robert Feldman zijn studenten gedurende tien minuten met een onbekende te spreken. De studenten wisten niet dat hun gesprek op video werd opgenomen en na afloop werd hen gevraagd de video te bekijken en eerlijk te vertellen hoe vaak ze tijdens het gesprek hadden gelogen. In die tien minuten bleken de proefpersonen gemiddeld 2.9 onwaarheden te hebben verteld, variërend van ontwijkende smoesjes en lichte overdrijving tot regelrechte leugens. In een tien jaar eerder door David Knox en Caroline Schacht uitgevoerde enquête gaf 92% van de ondervraagden toe wel eens te liegen tegen zijn of haar partner. En dan dienen we ons natuurlijk af te vragen of die overige 8% de vraag wel eerlijk heeft beantwoord!
De bittere waarheid is dat iedereen liegt. Wat de frequentie van het liegen betreft doen mannen en vrouwen niet voor elkaar onder. Er zijn wel belangrijke verschillen. Waar mannen bijvoorbeeld geneigd zijn het aantal seksuele partners dat ze hebben gehad schromelijk te overdrijven, daar wenden vrouwen juist voor dat hun seksuele ervaring minder groot is dan deze in werkelijkheid is. Vrouwelijke proefpersonen aan wie werd verteld dat er tijdens het interview een leugendetector zou worden gebruikt - een wetenschappelijk leugentje ten behoeve van de waarheidsvinding, aangezien er in werkelijkheid een nepdetector werd gebruikt -, bleken gemiddeld tweemaal zoveel seksuele partners te rapporteren dan de vrouwen bij wie de ‘leugendetector’ niet werd ingezet. Nu zou men dat verschil kunnen wijten aan de heersende seksuele moraal, die een grote seksuele ervaring in het geval van de vrouw niet altijd als een verdienste ziet. Maar dat is niet de enige verklaring. Onderzoek wijst uit dat vrouwen op alle levensgebieden om een andere reden liegen als de man. Mannen liegen meestal om zich beter voor te doen dan ze in werkelijkheid zijn, vrouwen liegen daarentegen in het algemeen om hun gesprekspartners een beter gevoel te geven dan de feiten rechtvaardigen. In het paleis van de leugen bevindt het compliment zich op de eregalerij.
Liegen is van alle tijden en van alle culturen. Geen thema dat zo vaak opduikt in de verhalen die we elkaar vertellen als de leugen. Wie herkent zichzelf op die zeldzame momenten van zelfkennis niet in notoire leugenaars als Odysseus, Reinaert de Vos en Bill Clinton? De wereldgeschiedenis hangt letterlijk van leugens aan elkaar. Cultuur kan men beschouwen als de institutionalisering van de leugen. Zonder leugens geen politiek, religie en zeker geen kunst! Maar zelfs de wetenschap is niet vrij van de leugen. Originaliteit blijkt niet zelden onopgemerkt plagiaat. En de statistische wetenschap – ‘Gemiddeld heeft iedere Nederlander een varken’ - geldt niet ten onrechte als de leugen in de overtreffende trap. Vooral de taal is een uiterst leugenachtig fenomeen. Niet alleen omdat hij ons in staat stelt de wereld en onszelf anders voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn, maar ook omdat zelfs veel ‘ware’ uitspraken bij nader inzien vervalsingen van de werkelijkheid blijken te zijn. Hoe vaak verduisteren we bijvoorbeeld concrete zaken niet met algemene begrippen? We spreken voortdurend over ‘het’ atoom, ‘de’ economie’ en ‘de’ Marokkaan, terwijl er in werkelijkheid slechts talloze individuele en nimmer identieke atomen, economische transacties en personen zijn. Waarheden, zo merkt Nietzsche op, zijn leugens waarvan we het leugenachtige karakter vergeten zijn.
Nu zouden we de leugen te kort doen wanneer we hem primair als een cultureel fenomeen zouden beschouwen. Het liegen zit ingebakken in onze natuur. Gelukkig is liegen niet voorbehouden aan onze soort. Er zijn weinig planten en dieren te bedenken die niet op een of andere wijze gebruik maken van list en bedrog:
Vanuit een evolutionair perspectief bekeken is dat overigens niet vreemd. De leugen is allerminst een pathologisch verschijnsel, maar een uiterst voordelige eigenschap in de strijd om het bestaan. Wie de ander van de schaarse voedselbronnen weet weg te lokken, zich door vleierijen de bescherming van de Alfaman weet te verzekeren of door roddels zijn rivalen tegen elkaar uitspeelt, die zal zich beter kunnen handhaven in de ratrace van het leven dan de onnozele hals die de waarheid spreekt. Voor dergelijke sloebers heeft de natuurlijke selectie weinig goeds in petto! Om succesvol te zijn, dient de leugenaar er wel voor te zorgen dat leugens en bedrog niet worden ontdekt. Want de leugen werkt alleen als hij niet als zodanig wordt herkend. Wie goed weet te liegen, zo toont een andere studie van de eerder genoemde Feldman aan, kan bogen op een grotere populariteit binnen zijn familie en vriendenkring dan de notoire waarheidspreker. Maar wee degene die betrapt wordt op een leugen! Niets is zo krenkend in ons leven dan als leugenaar ontmaskerd te worden. Daarom is er in de loop van de evolutie ook geen enkel ander vermogen zo ontwikkeld en verfijnd als de kunst van het liegen. Het is vooral zaak de leugen goed te doseren. Wat de pathologische leugenaar onderscheidt van de gezonde leugenaar, is niet zozeer de aard van zijn leugens, maar de frequentie ervan. Wie te vaak of te opvallend liegt, loopt vroeg of laat tegen de lamp. Het gaat erom de delicate balans te vinden tussen waarheid en leugen.
De kunst van het liegen wordt al te vaak onderschat. De ongeoefende leugenaar verraadt zich al snel door lichaamstaal of tegenstrijdigheden. Gelukkig schiet de moderne technologie hem hier te hulp. De populariteit van de telefoon zou er wel eens in gelegen kunnen zijn dat hij het ideale instrument is om te liegen. Anders dan in het face to face gesprek kan de telefonerende leugenaar zich niet verraden door zijn lichaamstaal en anders dan de brief of de e-mail laat het telefoongesprek geen sporen na. En wanneer het web van leugens zich om de leugenaar begint te sluiten, kan hij nog altijd een Second Life beginnen op het Internet. Wie goed kijkt, ziet dat zich achter vrijwel iedere technologie de wil tot liegen verbergt. Wat is bijvoorbeeld de stealth technology die een gevechtsvliegtuig onzichtbaar maakt voor de vijandelijke radar anders dan een technologische leugen?
We liegen over alles en tegenover iedereen. De meest paradoxale gestalte in het paleis van de leugen is zonder twijfel het zelfbedrog, het unieke vermogen van de mens zichzelf voor de gek te houden. Terwijl we voortdurend klaar staan anderen van leugens te betichten (en het daarbij meestal bij het rechte eind hebben), zijn we opmerkelijk blind voor onze eigen leugenachtigheid. Niets is zo leugenachtig als onze eigendunk. Voortdurend stellen we onszelf mooier voor dan we in werkelijkheid zijn. Kunnen we bij de neiging van de mens zich superieur te wanen aan het dier de nodige kanttekeningen plaatsen, wat het vermogen tot zelfbedrog betreft verheft de mens zich echter inderdaad ver boven het dier. Dat hangt natuurlijk samen met het feit dat men voor zelfbedrog om te beginnen over een zelf dient te beschikken. Met het zelf doet de zelfoverschatting zijn intrede in de natuur. Hubris is de stof waarvan de menselijke geschiedenis is geweven.
Sigmund Freud heeft in zijn werk als geen ander gewezen op het fundamentele karakter en de omvang van ons zelfbedrog. In het bewustzijn heerst de Verleugnung, de ware motieven van ons handelen en de pijnlijke inzichten omtrent onszelf huizen in ons onbewuste. De krenking van de menselijke eigendunk die de psychoanalyse heeft bewerkstelligd, zou wel eens één van de belangrijkste redenen kunnen zijn voor de felheid waarmee zij van meet af aan is bestreden. In zijn in 2004 gepubliceerde boek Why We Lie: The Evolutionary Roots of Deception and the Unconscious Mind betoogt de filosoof David Livingson Smith dat recente ontwikkelingen in de cognitieve neurowetenschappen nopen tot een fundamentele herwaardering van Freuds werk. Ons brein blijkt uit vele modulen te bestaan en onderzoek leert dat de modulen die verantwoordelijk zijn voor onze kennis van de wereld en van onszelf niet samenvallen met de module die verantwoordelijk is voor ons (zelf)bewustzijn. Van het grootste deel van ons denken zijn we ons niet bewust.
Deze inzichten staan op gespannen voet met de cartesiaanse traditie waarop onze huis-tuin-en-keukenpsychologie is gebaseerd. Volgens Descartes is ons denken volkomen transparant en verschaft deze introspectie ons de meest zekere, ja zelfs principieel onbetwijfelbare kennis. Bovendien is hij van mening dat ons bewustzijn onze handelingen stuurt. Dat idee nu lijkt de moeder van alle zelfbedrog. In werkelijkheid, zo merkt Schopenhauer in het begin van de negentiende eeuw op, is het bewustzijn veeleer een klein lichtje dat de wil tot leven zichzelf ontsteekt om een deel van zijn eigen activiteiten gade te slaan. Het zou echter een illusie zijn te menen dat dit lichtje onze driften en strevingen stuurt. Een beroemd experiment uit de jaren zeventig van neurowetenschapper Benjamin Libet lijkt Schopenhauers idee te bevestigen. Hij vroeg proefpersonen een knop in te drukken op door hen zelf bepaalde momenten. Bij meting van de hersenactiviteiten gedurende het experiment bleek dat de hersenen de handeling al begonnen uit te voeren vóórdat de beslissing daartoe in het bewustzijn werd genomen.
Evolutionair bezien lijkt het vermogen tot zelfbedrog een merkwaardige anomalie. Terwijl het evident is dat het bedriegen van anderen in ons eigen voordeel kan werken, lijkt zelfbedrog toch eerder schadelijk voor onszelf te zijn. De bioloog Robert Trivers heeft enkele decennia geleden een oplossing bedacht voor dit prangende ‘Pinoccio probleem’. Volgens Trivers ligt het evolutionaire voordeel van zelfbedrog erin dat het maakt dat we des te overtuigender tegen anderen kunnen liegen. Wie in zijn eigen leugens gelooft, zal ook de ander sneller weten te overtuigen van de waarheid ervan. Zelfbedrog maakt ons tot oprechte veinzers.
Dit alles lijkt slecht nieuws voor de essayist, de grootmeester van het zelfbedrog. Na het dagboek is het essay zonder twijfel het meest leugenachtige literaire genre. Hoewel er nauwelijks een onderwerp valt te bedenken dat zich onttrekt aan de bespiegelingen van de essayist, wil hij in laatste instantie toch vooral zichzelf bedriegen. Hij mag belangstelling veinzen voor zaken buiten hem, maar dat is dan toch vooral omdat ze hem beloven een onaangename waarheid over zichzelf te verhullen. Niet het onderwerp is voor de essayist uiteindelijk van belang, maar de gevoelens, gedachten en stijlfiguren die zich tussen hem en zijn lezer - niet in de laatste plaats de lezer die hij zelf is - nestelen. Voor de essayist vormt alles een aanleiding voor een nieuwe daad van zelfverloochening. Essayistiek is voor alles zelfbedrog. En het genre dankt zijn populariteit niet in de laatste plaats aan de niets ontziende veinzerij waarmee de essayist zichzelf beschrijft. Gelukkig kan hij zich troosten met de gedachte dat ook déze waarheid slechts een veile leugen is.
Sanur / Molenhoek, mei 2007
Ook de duivel is dol op spelletjes
Jos de Mul. Ook de duivel is dol op spelletjes. NRC Handelsblad. Cultureel Supplement. Vrijdag 12 augustus 2005, 10-12.
Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw (bijdragen 2004)
Jos de Mul. Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw. In 2004 heb ik bijdragen geleverd aan de volgende afleveringen: Over de betekenis van religieuze symbolen (18-2-2004); Over de neus van Michael Jackson (21-3-2004); Over pijn in een samenleving die naar pijnloosheid streeft (9-6-2004); Over het wegen van botsende grondrechten (13-10-2004); Over het doel van de vrijheid van meningsuiting (8-12-2004).
Vreemderder en vreemderder
Elize de Mul en Jos de Mul. Vreemderder en vreemderder. NRC Handelsblad. Cultureel Supplement. Vrijdag 24 december 2004, 26-27.