Breng mij die horizon! Filosofische reisverhalen

Breng mij die horizon! Filosofische reisverhalen

Jos de Mul. Breng me die horizon! Filosofische reisverhalen. Amsterdam: Boom, 2019.  Breng mij die horizon! laat zien wat er gebeurt…

More...
De domesticatie van het noodlot. De wedergeboorte van de tragedie uit de geest van de technologie

De domesticatie van het noodlot. De wedergeboorte van de tragedie uit de geest van de technologie

Jos de Mul. De domesticatie van het noodlot. De wedergeboorte van de tragedie uit de geest van de technologie. Rotterdam: Lemniscaat,…

More...
Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology

Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology

Jos de Mul. Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology. State University of New York (SUNY)…

More...
命运的驯化——悲剧重生于技术精神 内容简介 (Chinese translation of Destiny Domesticated\)

命运的驯化——悲剧重生于技术精神 内容简介 (Chinese translation of Destiny Domesticated\)

Jos de Mul. 命运的驯化——悲剧重生于技术精神 内容简介 (Chinese translation of Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology). Guilin:…

More...
Romantic Desire in (Post)Modern Art and Philosophy

Romantic Desire in (Post)Modern Art and Philosophy

Jos de Mul. Romantic Desire in (Post)Modern Art and Philosophy. Albany: State University of New York Press, 1999, 316 p.…

More...
Het romantische verlangen in (post)moderne kunst en filosofie

Het romantische verlangen in (post)moderne kunst en filosofie

Jos de Mul. Het romantische verlangen in (post)moderne kunst en filosofie. Uitgeverij Klement, 2007 (4de druk), 284 p. 1de druk, 1990; 2de druk, 1991; 3de…

More...
后)现代艺术与哲学中的浪漫之欲。Chinese translation of Romantic Desire in (Post)Modern Art and Philosophy

后)现代艺术与哲学中的浪漫之欲。Chinese translation of Romantic Desire in (Post)Modern Art and Philosophy

Jos de Mul. 后)现代艺术与哲学中的浪漫之欲。Chinese translation of Romantic Desire in (Post)Modern Art and Philosophy. Wuhan: Wuhan University Press, 2010, 306p. ISBN 978-7-307-08019-5RMB…

More...
Cyberspace Odyssee

Cyberspace Odyssee

Jos de Mul. Cyberspace Odyssee. Kampen: Klement, 6de druk: 2010, 352 p. 1de druk, 2002; 2de druk, 2003; 3de druk,2004;…

More...
Cyberspace Odyssey. Towards a Virtual Ontology and Anthropology

Cyberspace Odyssey. Towards a Virtual Ontology and Anthropology

Jos de Mul. Cyberspace Odyssey. Towards a Virtual Ontology and Anthropology. Castle upon Tyne: Cambridge Scholars Publishing, 2010, 334 p. Translation of Cyberspace…

More...
Siberuzayda macera dolu bir yolculuk. Sanal bir ontoloji ve antropolojiye doğru

Siberuzayda macera dolu bir yolculuk. Sanal bir ontoloji ve antropolojiye doğru

Jos de Mul. Siberuzayda macera dolu bir yolculuk. Sanal bir ontoloji ve antropolojiye doğru. Istanbul: Kitap Yayinevi, 2008, 400 p. Turkish…

More...
The sovereign debt crisis or Sophie’s choice. On European tragedies, guilt and responsibility

The sovereign debt crisis or Sophie’s choice. On European tragedies, guilt and responsibility

Liesbeth Noordegraaf-Eelens and Jos de Mul, The sovereign debt crisis or Sophie’s choice. On European tragedies, guilt and responsibility. Heinrich…

More...
Horizons of Hermeneutics

Horizons of Hermeneutics

Jos de Mul. Horizons of Hermeneutics: Intercultural Hermeneutics in a Globalizing World.  Frontiers of Philosophy in China. Vol. 6, No.…

More...
The game of life

The game of life

Jos de Mul. The Game of Life: Narrative and Ludic Identity Formation in Computer Games.  In: Lori Way (ed.), Representations of…

More...
The Tragedy of Finitude. Dilthey's Hermeneutics of Life

The Tragedy of Finitude. Dilthey's Hermeneutics of Life

Jos de Mul. The Tragedy of Finitude. Dilthey's Hermeneutics of Life. New Haven: Yale University Press, 2010 (second edition - eBook), 424…

More...
Plessner's Philosophical Anthropology. Perspectives and Prospects

Plessner's Philosophical Anthropology. Perspectives and Prospects

Jos de Mul. ( ed.), Plessner's Philosophical Anthropology. Perspectives and Prospects. Amsterdam/Chicago: Amsterdam University Press/Chicago University Press, 2014. Helmut Plessner (1892–1985)…

More...
Outside of a dog, a book is man's best friend. Inside of a dog it's too dark to read.

Outside of a dog, a book is man's best friend. Inside of a dog it's too dark to read.

Marxism according to Groucho     "Outside of a dog, a book is man's best friend. Inside of a dog…

More...
Noble versus Dawkins. DNA Is not the program of the concert of life.

Noble versus Dawkins. DNA Is not the program of the concert of life.

Jos de Mul. Noble versus Dawkins. DNA Is not the program of the concert of life. Translation of Dutch review, published…

More...
The game of life. Narrative and ludic identity formation in computer games

The game of life. Narrative and ludic identity formation in computer games

Jos de Mul. The game of life. Narrative and ludic identity formation in computer games. In: J. Goldstein and J. Raessens,Handbook…

More...
序言 约斯·德·穆尔 In: Zha Changping. World Relational Aesthetics. A History of Ideas in Pioneering Contemporary Chinese Art

序言 约斯·德·穆尔 In: Zha Changping. World Relational Aesthetics. A History of Ideas in Pioneering Contemporary Chinese Art

序言 约斯·德·穆尔. In: Zha Changping. World Relational Aesthetics. A History of Ideas in Pioneering Contemporary Chinese Art. Volume One. Shanghai:…

More...
The Work of Art in the Age of Digital Recombination

The Work of Art in the Age of Digital Recombination

Jos de Mul. The work of art in the age of digital recombination. In J. Raessens, M. Schäfer, M. v. d.…

More...

Search this website:

Sublieme seks kan ons vernietigen

Jos de Mul. Sublieme seks kan ons vernietigen. De Volkskrant, 5 oktober 2007, Forum, 12.

Wittgenstein 2.0

Jos de Mul. Wittgenstein 2.0. NRC Handelsblad. Cultureel Supplement. Vrijdag 17 augustus, 2005, 15

 

Pleidooi voor een verlichte polytiek

Jos de Mul. Pleidooi voor een verlichte polytiek. De Volkskrant, 26 mei 2007, Bijlage Het Betoog, 5.

Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw (bijdragen 2006)

Jos de Mul. Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw. In 2006 heb ik bijdragen geleverd aan de volgende afleveringen: Over ethiek en Talpa's pestshow De Gouden Kooi (3-5-2006: ); Over de mens als cyborg (20-9-2006).

Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw (bijdragen 2005)

Jos de Mul. Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw. In 2005 heb ik bijdragen geleverd aan de volgende afleveringen: Over de klassieke en de (post)moderne omgang met rampen (19-10-2005).

Zen en de kunst van het computeronderhoud

Jos de Mul. Zen en de kunst van het computeronderhoud, NRC Handelsblad. Cultureel Supplement. 9 september 2005, 5.

Over loochenen

Jos de Mul. Over loochenen. In: De titels van Montaigne. De Gids (Juli-Augustus-September 2007), 823-827.

Wij zijn onbekenden voor onszelf, wij mensen van de kennis, we kennen onszelf niet. … We blijven onszelf nu eenmaal noodzakelijkerwijze vreemd, we begrijpen onszelf niet, we moeten onszelf met een ander verwarren, voor ons luidt het motto in alle eeuwigheid: ‘Ieder is zichzelf de verste’ – voor onszelf zijn we geen ‘mensen van de kennis’.

Friedrich Nietzsche

Na het dagboek is het essay ongetwijfeld het meest persoonlijke literaire genre. Hoewel er nauwelijks een onderwerp valt te bedenken dat zich onttrekt aan de bespiegelingen van de essayist, is hij – tot voor kort meestal een hij - in laatste instantie toch vooral in zichzelf geïnteresseerd. Als andere zaken zijn belangstelling opwekken, dan is dat alleen omdat ze beloven iets interessants over hemzelf te onthullen. Niet het onderwerp is voor de essayist van belang, maar de gevoelens, gedachten en stijlfiguren die dit in hem oproept. Voor de essayist is de hele wereld een spiegel, waarin hij steeds opnieuw zijn eigen gelaat bestudeert. Meer dan enig ander onderwerp bestudeert hij zichzelf. Essayistiek is voor alles zelfonderzoek. En het genre dankt zijn populariteit niet in de laatste plaats aan de niets ontziende eerlijkheid waarmee de essayist zichzelf beschrijft. Althans, dat is de illusie die de schrijver mét zijn lezer koestert.

Geen enkele deugd wordt zo gewaardeerd als eerlijkheid. Maar geen deugd is ook zo zeldzaam als het spreken van de waarheid. Psychologisch onderzoek bevestigt ons bange vermoeden dat we voortdurend liegen. In een enkele jaren geleden uitgevoerd experiment vroeg de Amerikaanse psycholoog Robert Feldman zijn studenten gedurende tien minuten met een onbekende te spreken. De studenten wisten niet dat hun gesprek op video werd  opgenomen en na afloop werd hen gevraagd de video te bekijken en eerlijk te vertellen hoe vaak ze tijdens het gesprek hadden gelogen. In die tien minuten bleken de proefpersonen gemiddeld 2.9 onwaarheden te hebben verteld, variërend van ontwijkende smoesjes en lichte overdrijving tot regelrechte leugens. In een tien jaar eerder door David Knox en Caroline Schacht uitgevoerde enquête gaf 92% van de ondervraagden toe wel eens te liegen tegen zijn of haar partner. En dan dienen we ons natuurlijk af te vragen of die overige 8% de vraag wel eerlijk heeft beantwoord!

De bittere waarheid is dat iedereen liegt. Wat de frequentie van het liegen betreft doen mannen en vrouwen niet voor elkaar onder. Er zijn wel belangrijke verschillen. Waar mannen bijvoorbeeld geneigd zijn het aantal seksuele partners dat ze hebben gehad schromelijk te overdrijven, daar wenden vrouwen juist voor dat hun seksuele ervaring minder groot is dan deze in werkelijkheid is. Vrouwelijke proefpersonen aan wie werd verteld dat er tijdens het interview een leugendetector zou worden gebruikt - een wetenschappelijk leugentje ten behoeve van de waarheidsvinding, aangezien er in werkelijkheid een nepdetector werd gebruikt -, bleken gemiddeld tweemaal zoveel seksuele partners te rapporteren dan de vrouwen bij wie de ‘leugendetector’ niet werd ingezet. Nu zou men dat verschil kunnen wijten aan de heersende seksuele moraal, die een grote seksuele ervaring in het geval van de vrouw niet altijd als een verdienste ziet. Maar dat is niet de enige verklaring. Onderzoek wijst uit dat vrouwen op alle levensgebieden om een andere reden liegen als de man. Mannen liegen meestal om zich beter voor te doen dan ze in werkelijkheid zijn, vrouwen liegen daarentegen in het algemeen om hun gesprekspartners een beter gevoel te geven dan de feiten rechtvaardigen. In het paleis van de leugen bevindt het compliment zich op de eregalerij.

Liegen is van alle tijden en van alle culturen. Geen thema dat zo vaak opduikt in de verhalen die we elkaar vertellen als de leugen. Wie herkent zichzelf op die zeldzame momenten van zelfkennis niet in notoire leugenaars als Odysseus, Reinaert de Vos en Bill Clinton? De wereldgeschiedenis hangt letterlijk van leugens aan elkaar.  Cultuur kan men beschouwen als de institutionalisering van de leugen. Zonder leugens geen politiek, religie en zeker geen kunst! Maar zelfs de wetenschap is niet vrij van de leugen. Originaliteit blijkt niet zelden onopgemerkt plagiaat. En de statistische wetenschap  – ‘Gemiddeld heeft iedere Nederlander een varken’  - geldt niet ten onrechte als de leugen in de overtreffende trap. Vooral de taal is een uiterst leugenachtig fenomeen. Niet alleen omdat hij ons in staat stelt de wereld en onszelf anders voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn, maar ook omdat zelfs veel ‘ware’ uitspraken bij nader inzien vervalsingen van de werkelijkheid blijken te zijn. Hoe vaak verduisteren we bijvoorbeeld concrete zaken niet met algemene begrippen? We spreken voortdurend over ‘het’ atoom, ‘de’ economie’ en ‘de’ Marokkaan, terwijl er in werkelijkheid slechts talloze individuele en nimmer identieke atomen, economische transacties en personen zijn. Waarheden, zo merkt Nietzsche op, zijn leugens waarvan we het leugenachtige karakter vergeten zijn.

Nu zouden we de leugen te kort doen wanneer we hem primair als een cultureel fenomeen zouden beschouwen. Het liegen zit ingebakken in onze natuur. Gelukkig is liegen niet voorbehouden aan onze soort. Er zijn weinig planten en dieren te bedenken die niet op een of andere wijze gebruik maken van list en bedrog: van de bloem die de geurstoffen van vrouwelijke insecten nabootst om de mannetjes te lokken en de wandelende tak die valselijk voorgeeft deel van een boom te zijn tot aan de chimpansee die zijn soortgenoten met vreugdekreten weglokt van de vindplaats van voedsel met als doel het allemaal voor zichzelf te houden. In het rijk van de natuur regeert de leugen. Leven, zo zou een kernachtige definitie kunnen luiden, is liegen.

Vanuit een evolutionair perspectief bekeken is dat overigens niet vreemd. De leugen is allerminst een pathologisch verschijnsel, maar een uiterst voordelige eigenschap in de strijd om het bestaan. Wie de ander van de schaarse voedselbronnen weet weg te lokken, zich door vleierijen de bescherming van de Alfaman weet te verzekeren of door roddels zijn rivalen tegen elkaar uitspeelt, die zal zich beter kunnen handhaven in de ratrace van het leven dan de onnozele hals die de waarheid spreekt. Voor dergelijke sloebers heeft de natuurlijke selectie weinig goeds in petto! Om succesvol te zijn, dient de leugenaar er wel voor te zorgen dat leugens en bedrog niet worden ontdekt. Want de leugen werkt alleen als hij niet als zodanig wordt herkend. Wie goed weet te liegen, zo toont een andere studie van de eerder genoemde Feldman aan, kan bogen op een grotere populariteit binnen zijn familie en vriendenkring dan de notoire waarheidspreker. Maar wee degene die betrapt wordt op een leugen! Niets is zo krenkend in ons leven dan als leugenaar ontmaskerd te worden. Daarom is er in de loop van de evolutie ook geen enkel ander vermogen zo ontwikkeld en verfijnd als de kunst van het liegen. Het is vooral zaak de leugen goed te doseren. Wat de pathologische leugenaar onderscheidt van de gezonde leugenaar, is niet zozeer de aard van zijn leugens, maar de frequentie ervan. Wie te vaak of te opvallend liegt, loopt vroeg of laat tegen de lamp. Het gaat erom de delicate balans te vinden tussen waarheid en leugen.

De kunst van het liegen wordt al te vaak onderschat. De ongeoefende leugenaar verraadt zich al snel door lichaamstaal of tegenstrijdigheden. Gelukkig schiet de moderne technologie hem hier te hulp. De populariteit van de telefoon zou er wel eens in gelegen kunnen zijn dat hij het ideale instrument is om te liegen. Anders dan in het face to face gesprek kan de telefonerende leugenaar zich niet verraden door zijn lichaamstaal en anders dan de brief of de e-mail laat het telefoongesprek geen sporen na. En wanneer het web van leugens zich om de leugenaar begint te sluiten, kan hij nog altijd een Second Life beginnen op het Internet. Wie goed kijkt, ziet dat zich achter vrijwel iedere technologie de wil tot liegen verbergt. Wat is bijvoorbeeld de stealth technology die een gevechtsvliegtuig onzichtbaar maakt voor de vijandelijke radar anders dan een technologische leugen?

We liegen over alles en tegenover iedereen. De meest paradoxale gestalte in het paleis van de leugen is zonder twijfel het zelfbedrog, het unieke vermogen van de mens zichzelf voor de gek te houden. Terwijl we voortdurend klaar staan anderen van leugens te betichten (en het daarbij meestal bij het rechte eind hebben), zijn we opmerkelijk blind voor onze eigen leugenachtigheid. Niets is zo leugenachtig als onze eigendunk. Voortdurend stellen we onszelf mooier voor dan we in werkelijkheid zijn. Kunnen we bij de neiging van de mens zich superieur te wanen aan het dier de nodige kanttekeningen plaatsen, wat het vermogen tot zelfbedrog betreft verheft de mens zich echter inderdaad ver boven het dier. Dat hangt natuurlijk samen met het feit dat men voor zelfbedrog om te beginnen over een zelf dient te beschikken. Met het zelf doet de zelfoverschatting zijn intrede in de natuur. Hubris is de stof waarvan de menselijke geschiedenis is geweven.

Sigmund Freud heeft in zijn werk als geen ander gewezen op het fundamentele karakter en de omvang van ons zelfbedrog. In het bewustzijn heerst de Verleugnung, de ware motieven van ons handelen en de pijnlijke inzichten omtrent onszelf huizen in ons onbewuste. De krenking van de menselijke eigendunk die de psychoanalyse heeft bewerkstelligd, zou wel eens één van de belangrijkste redenen kunnen zijn voor de felheid waarmee zij van meet af aan is bestreden. In zijn in 2004 gepubliceerde boek Why We Lie: The Evolutionary Roots of Deception and the Unconscious Mind  betoogt de filosoof David Livingson Smith dat recente ontwikkelingen in de cognitieve neurowetenschappen nopen tot een fundamentele herwaardering van Freuds werk. Ons brein  blijkt uit vele modulen te bestaan en onderzoek leert dat de modulen die verantwoordelijk zijn voor onze kennis van de wereld en van onszelf niet samenvallen met de module die verantwoordelijk is voor ons (zelf)bewustzijn. Van het grootste deel van ons denken zijn we ons niet bewust.

Deze inzichten staan op gespannen voet met de cartesiaanse traditie waarop onze huis-tuin-en-keukenpsychologie is gebaseerd. Volgens Descartes  is ons denken volkomen transparant en verschaft deze introspectie ons de meest zekere, ja zelfs principieel onbetwijfelbare kennis.  Bovendien is hij van mening dat ons bewustzijn onze handelingen stuurt. Dat idee nu lijkt de moeder van alle zelfbedrog. In werkelijkheid, zo merkt Schopenhauer in het begin van de negentiende eeuw op, is het bewustzijn veeleer een klein lichtje dat de wil tot leven zichzelf ontsteekt om een deel van zijn eigen activiteiten gade te slaan. Het zou echter een illusie zijn te menen dat dit lichtje onze driften en strevingen stuurt. Een beroemd experiment uit de jaren zeventig van neurowetenschapper Benjamin Libet lijkt Schopenhauers idee te bevestigen. Hij vroeg proefpersonen een knop in te drukken op door hen zelf bepaalde momenten. Bij meting van de hersenactiviteiten gedurende het experiment bleek dat de hersenen de handeling al begonnen uit te voeren vóórdat de beslissing daartoe in het bewustzijn werd genomen.

Evolutionair bezien lijkt het vermogen tot zelfbedrog een merkwaardige anomalie.  Terwijl het evident is dat het bedriegen van anderen in ons eigen voordeel kan werken, lijkt zelfbedrog toch eerder schadelijk voor onszelf te zijn. De bioloog Robert Trivers  heeft  enkele decennia geleden een oplossing bedacht voor dit prangende ‘Pinoccio probleem’. Volgens Trivers ligt het evolutionaire voordeel van zelfbedrog erin dat het maakt dat we des te overtuigender tegen anderen kunnen liegen. Wie in zijn eigen leugens gelooft, zal ook de ander sneller weten te overtuigen van de waarheid ervan. Zelfbedrog maakt ons tot oprechte veinzers.

Dit alles lijkt slecht nieuws voor de essayist, de grootmeester van het zelfbedrog. Na het dagboek is het essay zonder twijfel het meest leugenachtige literaire genre. Hoewel er nauwelijks een onderwerp valt te bedenken dat zich onttrekt aan de bespiegelingen van de essayist, wil hij in laatste instantie toch vooral zichzelf bedriegen. Hij mag belangstelling veinzen voor zaken buiten hem, maar dat is dan toch vooral omdat ze hem beloven een onaangename waarheid over zichzelf te verhullen. Niet het onderwerp is voor de essayist uiteindelijk van belang, maar de gevoelens, gedachten en stijlfiguren die zich tussen hem en zijn lezer - niet in de laatste plaats de lezer die hij zelf is - nestelen. Voor de essayist vormt alles een aanleiding voor een nieuwe daad van zelfverloochening. Essayistiek is voor alles zelfbedrog. En het genre dankt zijn populariteit niet in de laatste plaats aan de niets ontziende veinzerij waarmee de essayist zichzelf beschrijft. Gelukkig kan hij zich troosten met de gedachte dat ook déze waarheid slechts een veile leugen is.

Sanur / Molenhoek, mei 2007

Ook de duivel is dol op spelletjes

Jos de Mul. Ook de duivel is dol op spelletjes. NRC Handelsblad. Cultureel Supplement. Vrijdag 12 augustus 2005, 10-12.

Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw (bijdragen 2004)

Jos de Mul. Lid van het Filosofisch Elftal van het Dagblad Trouw. In 2004 heb ik bijdragen geleverd aan de volgende afleveringen: Over de betekenis van religieuze symbolen (18-2-2004); Over de neus van Michael Jackson (21-3-2004); Over pijn in een samenleving die naar pijnloosheid streeft (9-6-2004); Over het wegen van botsende grondrechten (13-10-2004); Over het doel van de vrijheid van meningsuiting (8-12-2004).

Vreemderder en vreemderder

 Elize de Mul en Jos de Mul. Vreemderder en vreemderder. NRC Handelsblad. Cultureel Supplement. Vrijdag 24 december 2004, 26-27.

 

Het tragische continent

Jos de Mul. Het tragische continent. NRC Handelsblad. Cultureel Supplement. Vrijdag 3 december 2004, 19.

De computer als nieuwe tijdmachine. Van een historisch naar een posthistorisch wereldbeeld

Jos de Mul. De computer als nieuwe tijdmachine. Van een historisch naar een posthistorisch wereldbeeld. NRC Handelsblad. Cultureel Supplement. 31-07-2004, 7.

De Tao van de Chinese avant-garde

Jos de Mul. De Tao van de Chinese avant-garde NRC Handelsblad. Cultureel Supplement. 25 juni 2004, 5.

Kunstzinnige Kruistochten

Jos de Mul. Kunstzinnige Kruistochten, NRC Handelsblad Cultureel Supplement. 2 april 2004, . 3

De jeugd weet meer dan Offermans denkt

Jos de Mul. De jeugd weet meer dan Offermans denkt. NRC Handelsblad. Opinie. 11 maart 2004.

Het vlietend 'thuis'. Interculturele vibraties

Jos de Mul. Het vlietend 'thuis'. Interculturele vibraties. NRC Handelsblad. Cultureel Supplement. 27 februari 2004, 21.

Posthumane doeleinden. The Matrix Revolution: Wat mag ik hopen?

Jos de Mul. Posthumane doeleinden. The Matrix Revolution: Wat mag ik hopen? NRC Handelsblad. Cultureel Supplement, 14 november 2003, 23.

Kants kernvragen van de filosofie: Wat kan ik weten? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? leken aan de basis te liggen van de Matrixtrilogie. In deel drie, `The Matrix Revolutions', zijn de makers de weg kwijtgeraakt.

Everything that has a beginning has an end. Menige bezoeker van het slotdeel van de Matrix-trilogie zal waarschijnlijk hopen dat deze, de reclamecampagne van The Matrix Revolutions begeleidende, slogan betekent dat er geen deel 4 zal komen. Na het briljante eerste deel en het enigszins teleurstellende, maar veelbelovende tweede deel, lijken de gebroeders Wachowski met Revolutions een nieuwe standaard te hebben gezet in cinematografische neergang. De recensies waren wereldwijd vernietigend (zie http://www.rottentomatoes.com) en in de aan de Matrix-trilogie gewijde nieuwsgroepen en chatrooms op het internet heerst alom ontreddering.

De teleurstelling betreft niet zozeer het feit dat de gebroeders Wachowski de vele intrigerende vragen die zij in de eerdere delen opriepen niet hebben beantwoord (iedere goed kunstwerk roept eerder vragen op dan dat het ze beantwoordt), maar dat ze deze vragen simpelweg terzijde hebben geschoven ten gunste van plat spektakel. En voorzover er in Revolutions wel antwoorden worden gegeven, waren veel fans verbijsterd wegens de nieuwtestamentische ontknoping. Waar The Matrix een overwegend moderne thematiek had – Neo ontdekt de ware wereld achter de matrix – en The Matrix Reloaded een postmoderne misschien is ook Zion niets meer dan een computersimulatie – daar lijkt The Matrix Revolutions terug te vallen in een premodern wereldbeeld. Neo, als verlosser hangend aan een kruis van licht. Postmoderne hoop op verzoening ingewisseld voor onwankelbaar geloof.

Zwarte Vierkant op ieders lip. De verborgen geschiedenis van de Sloveense avant-garde.

Jos de Mul. Het Zwarte Vierkant op ieders lip. De verborgen geschiedenis van de Sloveense avant-garde. NRC Handelsblad. Cultureel Supplement, 7 november, 11.

Noodlottige vrijheid. The Matrix Reloaded: Wat moet ik doen?

Jos de Mul. Noodlottige vrijheid. The Matrix Reloaded: Wat moet ik doen? NRC Handelsblad. Cultureel Supplement, 20 juni 2003, 27.

Kant formuleerde de drie kernvragen van de filosofie: Wat kan ik weten? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? De gebroeders Wachowski lijken door deze drie vragen gebiologeerd te zijn in hun `Matrix'-filmtrilogie. Dit is het tweede deel van een essay-trilogie over The Matrix. 

Als het postmodernisme staat voor het vervagen van grenzen, dan is de Matrix-trilogie van de gebroeders Wachowski bij uitstek postmodern. Hoewel de films The Matrix (1999) en The Matrix Reloaded (2003) onmiskenbaar tot het domein van de kunst behoren, is de thematiek overduidelijk politiek en religieus, en worden er in de dialogen aan de lopende band filosofische argumenten uitgewisseld. Daarbij zijn de gebroeders Wachowski niet al te kieskeurig: de films refereren net zo gemakkelijk aan Plato en Descartes als aan Putnam en Baudrillard. En ook de religieuze inhoud is een curieus mengsel van orthodox-christelijke, gnostische en boeddhistische – `there is no spoon!' – motieven.

De hybride vermenging van ervaringsdomeinen herinnert aan klassieke mythen en aan de romantische pogingen, van Hölderlin tot Nietzsche en Wagner, die te doen herleven in de moderne, onttoverde wereld. De namen en functies van een aantal personages, zoals Morpheus, Niobe, Persephone en het Orakel, dragen er toe bij dat de saga over de strijd tussen mensen en machines het karakter krijgt van een eigentijdse mythe.

Ontologische paranoia. The Matrix: Wat kan ik weten?

Jos de Mul. Ontologische paranoia. The Matrix: Wat kan ik weten? NRC Handelsblad. Cultureel Supplement, 13 juni 2003, 21.

Kant formuleerde de drie kernvragen van de filosofie: Wat kan ik weten? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? De gebroeders Wachowski lijken door deze drie vragen gebiologeerd te zijn in hun `Matrix'-filmtrilogie. Dit is het eerste deel van een essay-trilogie over The Matrix.

Geen enkele Hollywood-film heeft zoveel en zulke fundamentele filosofische discussies opgeroepen als The Matrix (1999). Producent Joel Silver raadde – nogal ongebruikelijk in Hollywood – in de promotiefilm voor het onlangs in première gegane tweede deel van de trilogie, The Matrix Reloaded, de kijkers aan Baudrillard even te laten rusten en vooral de werken van Kant en Hegel er nog eens op na te slaan. AOL Times Warner plaatste op de aan de film gewijde website (http://whatisthematrix.warnerbros.com/) niet alleen de obligate foto's, trailers, screensavers en koopwaar, maar richtte ook een filosofiesectie in met essays van bekende filosofen als David Chalmers en Hubert Dreyfus. In de afgelopen maanden – de uil van Minerva stijgt pas op in de avondschemering – zagen serieuze academische studies met titels als The Matrix and Philosophy, Exploring the Matrix en Taking the Red Pill het licht. Maar ook op de vele duizenden pagina's die op internet en in papieren fanzines aan de film zijn gewijd, werden van meet af aan hartstochtelijke discussies gevoerd over zaken als de kenbaarheid van de realiteit, de verhouding tussen noodlot en menselijke vrijheid en de onze toenemende afhankelijkheid van de technologie.

Dat de Matrix-trilogie erin slaagt een breed publiek voor dergelijke filosofische vragen te interesseren is niet alleen te danken aan de spectaculaire vechtscènes en computeranimaties waarmee ze zijn vervlochten, maar komt vooral doordat zij deze vragen verpakt in een bijzonder actueel verhaal. De drie door Kant geformuleerde kernvragen van de filosofie – Wat kan ik weten? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? – mogen dan wel eeuwig zijn, de antwoorden zijn dat niet en moeten in ieder tijdvak opnieuw gezocht worden. Dat de Matrix-trilogie zo aanspreekt, komt doordat zij deze vragen op ingenieuze wijze verbindt met de fascinatie, de verwarring en de angsten die ons leven in de informatietechnologische samenleving kenmerken.

Cyberspace koloniseert het alledaagse leven

Jos de Mul. Cyberspace koloniseert het alledaagse leven. Automatisering Gids, Vrijdag 27 september, 17.

Big Brother bestaat niet

Jos de Mul. Big Brother bestaat niet. In: Automatisering Gids, Vrijdag 1 oktober 1999, 21.

Primaat van de politiek op de helling

Jos de Mul. Primaat van de politiek op de helling. Recensie van: P.H.A. Frissen: De lege Staat. Amsterdam (Nieuwezijds) 1999. In: Volkskrant, 19 november 1999, 32.

Een waanzinnig makende leegte. Recensie van Slavoj Zizek, Het subject en zijn onbehagen

Jos de Mul. Een waanzinnig makende leegte. Recensie van Slavoj Zizek, Het subject en zijn onbehagen, De Volkskrant, Bijlage Cicero, 3 april 1998, 41.

EEN PSYCHOANALYTICUS IN CYBERSPACE

De Sloveense filosoof en psychoanalyticus Slavoj Zizek heeft in het afgelopen decennium met de publicatie van een dozijn  boeken bewezen een van de meest produktieve en originele schrijvers binnen de lacaniaanse school in de psychoanalyse te zijn. Die originaliteit schuilt niet zozeer in zijn bijdragen aan de ontwikkeling van de psychoanaytische theorie, maar veeleer in de wijze waarop haar toepast. Zizek beperkt zich niet tot de (soms deprimerende) abstracties die de teksten van de lacanen nogal eens kenmerken, maar gebruikt de theorie om een vaak tegendraads licht te werpen op uiteenlopende actuele verschijnselen.

Lyotard verloor geloof in politiek verzet

Jos de Mul. Lyotard verloor geloof in politiek verzet, De Volkskrant, 22 april 1998, 14.

Techniek is niet neutraal

P.H.A. Frissen en Jos de Mul. Techniek is niet neutraal, Trouw, Bijlage Letter & Geest, 19 mei, 19

Een cyborg heeft ook goede kanten

Jos de Mul. Een cyborg heeft ook goede kanten. Recensie van: H. Achterhuis, Van Stoommachine tot cyborg -Denken over techniek in de nieuwe wereld, De Volkskrant, Bijlage Cicero, 5 juni 1998, 39.

VAN STOOMMACHINE TOT CYBORG

Filosofen hebben zich tot in onze eeuw nauwelijks ingelaten met het thema techniek en als zij al over spraken, gebeurde dit meestal nogal neerbuigend. In de door filosofen opgestelde rangorde van menselijke activiteiten bungelde de technè, de praktische vaardigheid om werktuigen te vervaardigen, meestal onderaan. Dat is nogal opmerkelijk wanneer we bedenken dat de techniek een cruciale rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de mensheid. Het vervaardigen van werktuigen, waarvan de geschiedenis meer dan anderhalf miljoen jaar teruggaat op de stenen werktuigen van de homo habilis, wordt met recht vaak beschouwd als een van de belangrijkste kenmerken die de mens van het dier onderscheidt. De stormachtige ontwikkeling van de moderne machinetechniek in de afgelopen twee eeuwen en de ingrijpende sociaal-culturele gevolgen daarvan hebben filosofen er echter toe gedwongen de aard en implicaties van de techniek tot onderwerp van serieuze reflectie te maken.

De zin van het zijn. Recensie van M. Heidegger, Zijn en tijd

Jos de Mul. De zin van het zijn . Recensie van M. Heidegger, Zijn en tijd, De Volkskrant, Bijlage Cicero, 26 juni 1998, 41.

HOGER DAN DE WERKELIJKHEID STAAT DE MOGELIJKHEID

Er zijn in deze eeuw weinig filosofische geschriften verschenen die zulke heftige reacties hebben opgeroepen als Martin Heideggers Sein und Zeit. Het boek veroorzaakte bij publicatie in 1927 een ware sensatie in de academische wereld en heeft sindsdien de gemoederen, en lang niet alleen die van vakfilosofen, voorturend in beweging gehouden. Zelden ook is een werk zo verschillend gewaardeerd. Waar velen het boek als een meesterwerk en zelfs als een hoogtepunt in de geschiedenis van de westerse wijsbegeerte beschouwen, doen anderen het af als een opeenstapeling van onzinnige uitspraken en quasi-diepzinnige orakeltaal. Nuances zijn in de discussies over dit boek, waarin kritiekloze orthodoxie en ongefundeerde kritiek strijden om de boventoon, meestal ver te zoeken. Zelfs in het doorgaans bedaarde Nederland zijn voor- en tegenstanders van Heidegger elkaar regelmatig in de haren gevlogen. In de jaren zestig leidde dit tot een hoogoplopende ruzie tussen de Amsterdamse hoogleraren Jan Aler en Frits Staal. Maar ook nu nog staat Heidegger garant voor menige verhitte discussie. De vertaling van Heideggers hoofdwerk, waaraan door de vertaler Mark Wildschut ruim negen jaar is gewerkt, heeft het vuur opnieuw opgestookt.

Het menselijk handelen als verhaal. Recensie van Th. De Boer, Pleidooi voor interpretatie

Jos de Mul. Het menselijk handelen als verhaal. Recensie van Th. De Boer, Pleidooi voor interpretatie. De Volkskrant, Bijlage Cicero, 26 september 1997, 39.

HET VERLANGEN NAAR ZIN

De Amsterdamse filosoof Theo de Boer is onlangs vijfenzestig jaar geworden. Ter ere van die gelegenheid en van zijn afscheid als hoogleraar wijsgerige antropologie aan de Vrije Universiteit verschenen behalve een nieuwe bundel opstellen van hemzelf twee bundels met opstellen van zijn leerlingen en collegae. In alle drie de bundels neemt de hermeneutiek, ofwel de leer van de interpretatie, een belangrijke plaats in. 

Kruistocht tegen arrogante Oxford-filosofie

Jos de Mul. Kruistocht tegen arrogante Oxford-filosofie, De Volkskrant, Bijlage Cicero, 19 december 1997, 41.

DENKEN UIT HARTSTOCHT

De Britse filosoof Bryan Magee heeft zijn bekendheid bij het grote publiek vooral te danken aan de  radio- en televisieseries over filosofie die hij in de jaren zestig en zeventig voor de BBC maakte. In deze programma's trad Magee prominent op de voorgrond als vragensteller en de soms enigszins betweterige samenvatter van de gedachten van zijn gasten. Televisieseries als Men of Ideas  en The Great Philosophers (de laatstgenoemde serie is ook in Nederland te zien geweest) trokken wereldwijd miljoenen kijkers en de boeken die naar aanleiding van deze series werden gepubliceerd veroverden zelfs een plaats in de bestsellerslijsten. Waarschijnlijk is dat de reden dat Uitgeverij Anthos het heeft aangedurfd de bijna zeshonderd pagina's omvattende  autobiografie die Magee eerder dit jaar publiceerde integraal te vertalen.

Internationaal netwerk is nieuwe fase in de evolutie

Jos de Mul. Internationaal netwerk is nieuwe fase in de evolutie. In: Informatisering Gids, Vrijdag 1 maart 1996, 17.

De eisprong van de digitale revolutie

Jos de Mul. De eisprong van de digitale revolutie. In: Delta. Weekblad van de Technische Universiteit Delft, 20 juni 1996, 10-11.

Emigratie naar cyberspace

Jos de Mul. Emigratie naar cyberspace. In: Trouw, Letter en Geest, 14 januari 1995, 23.

Virtuele religies

Jos de Mul. Virtuele religies. In: Trouw, Letter en Geest, 18 februari 1995, 17-18.

Echo's van een laatste god

Jos de Mul. Echo's van een laatste god. In: Trouw, 16 september 1995 , 17-18.

Camp of de emancipatie van de kitsch

Jos de Mul. Camp of de emancipatie van de kitsch. In: De Volkskrant, Forum, 1 december 1994, 11.

Denken en beelden. Kunst en filosofie in het Rijnoeverhuys in Arnhem

Jos de Mul. Denken en beelden. Kunst en filosofie in het Rijnoeverhuys in Arnhem. In: Het blad. Driemaandelijks tijdschrift over beeldende kunst in Gelderland, nr.105 (1993), 28-29.

De waarheid van de poëzie. Over de esthetica van Hans-Georg Gadamer

Jos de Mul. De waarheid van de poëzie. Over de esthetica van Hans-Georg Gadamer (samen met G.A.M. Widdershoven). In: Filosofie Magazine, Jrg.2, oktober 1993, 31-32.

De actualiteit van Gadamer

Jos de Mul en G.A.M. Widdershoven. De actualiteit van Gadamer. In: Filosofie Magazine, jrg.2, oktober 1993, 33.

In memoriam Jan Aler

Jos de Mul. In memoriam Jan Aler. In: Lier en boog. Tijdschrift voor Esthetica en Cultuurfilosofie, jrg.9, nr.1-2 (1993), 57-63.
Page 2 of 3