Horizons of Hermeneutics

Horizons of Hermeneutics

Jos de Mul. Horizons of Hermeneutics: Intercultural Hermeneutics in a Globalizing World.  Frontiers of Philosophy in China. Vol. 6, No.…

More...
The game of life. Narrative and ludic identity formation in computer games

The game of life. Narrative and ludic identity formation in computer games

Jos de Mul. The game of life. Narrative and ludic identity formation in computer games. In: J. Goldstein and J. Raessens,Handbook…

More...
Noble versus Dawkins. DNA Is not the program of the concert of life.

Noble versus Dawkins. DNA Is not the program of the concert of life.

Jos de Mul. Noble versus Dawkins. DNA Is not the program of the concert of life. Translation of Dutch review, published…

More...
Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology

Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology

Jos de Mul. Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology. State University of New York (SUNY)…

More...
The sovereign debt crisis or Sophie’s choice. On European tragedies, guilt and responsibility

The sovereign debt crisis or Sophie’s choice. On European tragedies, guilt and responsibility

Liesbeth Noordegraaf-Eelens and Jos de Mul, The sovereign debt crisis or Sophie’s choice. On European tragedies, guilt and responsibility. Heinrich…

More...
Plessner's Philosophical Anthropology. Perspectives and Prospects

Plessner's Philosophical Anthropology. Perspectives and Prospects

Jos de Mul. ( ed.), Plessner's Philosophical Anthropology. Perspectives and Prospects. Amsterdam/Chicago: Amsterdam University Press/Chicago University Press, 2014. Helmut Plessner (1892–1985)…

More...
Cyberspace Odyssey. Towards a Virtual Ontology and Anthropology

Cyberspace Odyssey. Towards a Virtual Ontology and Anthropology

Jos de Mul. Cyberspace Odyssey. Towards a Virtual Ontology and Anthropology. Castle upon Tyne: Cambridge Scholars Publishing, 2010, 334 p. Translation of Cyberspace…

More...
命运的驯化——悲剧重生于技术精神 内容简介 (Chinese translation of Destiny Domesticated\)

命运的驯化——悲剧重生于技术精神 内容简介 (Chinese translation of Destiny Domesticated\)

Jos de Mul. 命运的驯化——悲剧重生于技术精神 内容简介 (Chinese translation of Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology). Guilin:…

More...
The Tragedy of Finitude. Dilthey's Hermeneutics of Life

The Tragedy of Finitude. Dilthey's Hermeneutics of Life

Jos de Mul. The Tragedy of Finitude. Dilthey's Hermeneutics of Life. New Haven: Yale University Press, 2010 (second edition - eBook), 424…

More...
序言 约斯·德·穆尔 In: Zha Changping. World Relational Aesthetics. A History of Ideas in Pioneering Contemporary Chinese Art

序言 约斯·德·穆尔 In: Zha Changping. World Relational Aesthetics. A History of Ideas in Pioneering Contemporary Chinese Art

序言 约斯·德·穆尔. In: Zha Changping. World Relational Aesthetics. A History of Ideas in Pioneering Contemporary Chinese Art. Volume One. Shanghai:…

More...
Outside of a dog, a book is man's best friend. Inside of a dog it's too dark to read.

Outside of a dog, a book is man's best friend. Inside of a dog it's too dark to read.

Marxism according to Groucho     "Outside of a dog, a book is man's best friend. Inside of a dog…

More...
The game of life

The game of life

Jos de Mul. The Game of Life: Narrative and Ludic Identity Formation in Computer Games.  In: Lori Way (ed.), Representations of…

More...
Romantic Desire in (Post)Modern Art and Philosophy

Romantic Desire in (Post)Modern Art and Philosophy

Jos de Mul. Romantic Desire in (Post)Modern Art and Philosophy. Albany: State University of New York Press, 1999, 316 p.…

More...
The Work of Art in the Age of Digital Recombination

The Work of Art in the Age of Digital Recombination

Jos de Mul. The work of art in the age of digital recombination. In J. Raessens, M. Schäfer, M. v. d.…

More...

Search this website:

Henk van Middelaar interviewt Jos de Mul over evolutie en technologie. NTR Academie, 16 mei 2014, 22.00-23.00 uur. 

De mens ontwerpt de omgeving waarin hij leeft en heeft daardoor sterk de hand in zijn eigen evolutieproces. Maar is hij zich daar wel van bewust? Redt de moderne mens zichzelf nog wel zonder de door hem ontwikkelde cultuur en techniek? En hoe ziet de toekomstige mens eruit, hand in hand levend met steeds verfijndere techniek? Henk van Middelaar in gesprek met Jos de Mul, hoogleraar Filosofie van mens en cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Beluister uitzending

Published in Interviews / radio
Werner Trio interviewt Jos de Mul en Pim Haselager over Kunstmatig van Nature. Onderweg naar Homo sapiens 3.0. Trio. Radio Klara. Zaterdag 19 april, 12.00-13.00

Vanuit Amsterdam: God helemaal ingehaald, en onderweg naar Homo Sapiens 3.0. Of door robots uitgeroeid? Als de mens zijn evolutionaire voortgang wil doorzetten, zal hij niet kunnen stilstaan bij wat hij nu is: de Homo Sapiens Sapiens 2.3. Kunstmatig is hij van nature: zonder de door hem ontworpen cultuur en techniek is zijn vliegensvlug toenemende complexiteit onhoudbaar. Filosoof Jos de Mul, die gisteravond samen met andere goden van de filosofie als Peter Sloterdijk, Martha Nussbaum en Benjamin Barber optrad op de G8 van de Filosofie, onthult drie toekomstscenario's voor de mens: extrahumanisme, transhumanisme, en posthumanisme. Om hem met de voeten op de grond te houden, zit Pim Haselager mee aan tafel. Hij is specialist Artificiële Intelligentie, volop ondergedompeld in het robotontwerp aan het Donders Institute for Brain, Cognition, and Behaviour. Radboud University Nijmegen. Robots moeten zo worden geprogrammeerd, dat ze ook aanzichzelf kunnen twijfelen!

Beluister het radio-interview

Published in Interviews / radio
Jos de Mul, De techniek van het menszijn. Video-interview met Hermien Lankhorst. i-Filosofie #6, april 2014.

iFilosofieTechniek staat niet tegenover of naast de mens, maar is ook onder- deel van de mens. “Dat maakt dat, volgens Plessner, de mens van nature kunstmatig is”. Jos de Mul

Voor de Maand van de Filosofie 2014 schreef Jos de Mul, professor in de Wijsgerige Antropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, het essay Kunstmatig van nature. Onderweg naar Homo sapiens 3.0. De Mul beschrijft de rol die technologie in het leven van de mensheid heeft gespeeld, vanaf het allereerste begin tot nu. Ook schetst hij een beeld van hoe deze relatie in de toekomst zou kunnen veranderen.

De Mul is geïnteresseerd in de theorieën van Helmuth Plessner (1892−1985) die dan ook een rode draad vormen door zijn essay. Deze Duitse filosoof onderzocht de relatie van de mens tot zichzelf en zijn buitenwereld. Volgens Plessner is de mens mens(elijk) door zijn excentriciteit: zijn vermogen om van buitenaf naar zichzelf te kijken. Geen enkel ander dier of ding kan op zo’n manier afstand van zichzelf nemen, maar dat betekent ook dat geen enkel ander wezen zo’n kloof met zichzelf ervaart. Door die kloof voelen we een gebrek aan geborgenheid en zijn we daarom altijd op zoek naar een veilig thuis. De excentrische positie zorgt er ook voor dat de mens zich fundamenteel onaf voelt. En in een poging daar wat aan te doen, gaat de mens aan de slag met techniek en cultuur. Techniek staat daarmee niet (alleen) tegenover of naast de mens, maar is ook onderdeel van de mens. “Dat maakt dat, volgens Plessner, de mens van nature kunstmatig is,” legt De Mul uit.

Published in Interviews / tv
Jos de Mul, De mens als thuisloos wezen. Video-interview met Lisa over de boeken Cyberspace Odyssee, De domesticatie van het noodlot en Kunstmatig van nature, gepubliceerd op 1 april 2014.

InterviewKlementLisa Doeland van het Soeterbeeck Programma (Radboud Universiteit Nijmegen) in gesprek met hoogleraar filosofie Jos de Mul over 'de mens als thuisloos wezen'. Het gesprek zet in met zijn boek Cyberspace Odyssee (6de druk 2010). Met het ontstaan van de mensachtigen, meer dan vijf miljoen jaar geleden, begon de menselijke odyssee door ruimte en tijd. Dit boek handelt over de voorlopig laatste etappe van deze fascinerende reis: de ontdekking van cyberspace. In De domesticatie van het noodlot. De wedergeboorte van de tragedie uit de geest van de technologie (3de druk 2009) blikt De Mul terug op het tijdvan van de grote Griekse tragedies en beargumenteert hij de relevantie daarvan voor het begrip van de hedendaagse technologie. In Kunstmatig van nature. Onderweg naar Homo sapiens 3.0, het Essay van de De Maand van de Filosofie 2014, herneemt hij een aantal thema's uit zijn vorige boeken en bespreekt hij hoe versmeltende technologieën zoals informatietechnologie, biotechnologie, neurotechnologie en robotica begonnen zijn aan een fundamentele transformatie van de menselijke levensvorm. 

Voor meer informatie, zie de website van Uitgeverij Klement, die de twee eerstgenoemde boeken van Jos de Mul tijdens de Maand van de Filosofie met korting aanbiedt en de website van Uitgeverij Lemniscaat voor het Essay van de Maand van de Filosofie.

 

Published in Interviews / tv
约•德•穆尔:《论(生物)技术崇高》,雷礼锡译, 载范明华、黄有柱主编:《美学与艺术研究》第5辑,武汉:武汉大学出版社,2014年,第175~185页。

Jos de Mul, "Lun (Sheng Wu) Ji Shu Chong Gao" (The (Bio)technological Sublime), trans. by Lei Li-xi, in Research of Aesthetics and Art (Mei Xue Yu Yi Shu Yan Jiu), Vol. 5, edited by Fan Ming-hua & Huang You-zhu, Wuhan: Wuhan University Press, 2014, 175-185. 

论(生物)技术崇高 [荷]约·德·穆尔 著 雷礼锡 译

如果说崇高概念以前习惯用于表明人类主体感到努力代表自然所体现的不足,那么后现代境遇——其中自然本身已被淡忘——业已产生一种崇高感,人类发现自身与自己的造物相对立 戴尔·查普曼 引言

自从18世纪中叶美学作为哲学的一门特殊学科出现[],其历史就体现了两个明显趋向,体现了(后)现代艺术与文化作为一个整体的独特发展。一种趋向是,美学的发展表现为审美范畴的显著分化和增加。早期的美学主要集中在美的范畴,19世纪初至今宽泛的新的审美概念已经出现,如崇高、讽刺、滑稽、荒诞、平庸。毫无疑问,这一发展反映了现代艺术自身的发展,它不停地扩大审美经验和表达的领域。美的艺术成了“永不再美的艺术”。

Published in Book chapters
Jos de Mul, 'De mens was altijd al een cyborg'. Interview met Barbara Debusschere. De Morgen, Bijlage Zeno, 29 maart 2014, 6-7.

Wist u dat er al begrafenissen zijn geweest van gezelschapsrobots, en dat daarbij is gewéénd? Qua mensmachines en andere bizarre technische ontwikkelingen hebben we het laatste nog lang niet gezien, aldus Jos de Mul, hoogleraar wijsgerige antropologie. 'Het zijn logische gevolgen van onze evolutie. Wij zijn van nature kunstmatig.'

'PedoBots' die pedofielen in het oog houden en zo nodig de politie verwittigen. Nanobots die zich een weg banen door onze aderen om schade te herstellen. Intelligente gebouwen die ons als een interactieve huid omhullen. Planten waarin het chlorophyl is vervangen door siliconen die veel beter zonlicht omzetten, zodat de voedselproductie kan vertienvoudigen. Dankzij genetische manipulatie alleen nog intelligent nageslacht krijgen, zonder erfelijke ziekten. En permanent digitaal met elkaar in verbinding staan, zodat we als een superintelligent globaal brein kunnen functioneren.

Sciencefiction? Niet volgens Jos de Mul, hoogleraar wijsgerige antropologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. 

Interview met Mark Brouwers over Kunstmatig van Nature. Onderweg naar Homo sapiens 3.0. Opium op 4, 1 april 2014, 22.30-23.30 uur,

Hoofdgast: Jos de Mul. pril is de Maand van de Filosofie Mens en techniek staan dit jaar centraal. Het is alleen de vraag of de grens tussen die twee nog wel zo scherp getrokken kan worden; de mens wordt steeds meer machine en machines worden steeds menselijker. Jos de Mul is filosoof en schrijver van het essay voor de maand van de filosofie Kunstmatig van nature. Onderweg naar Homo sapiens 3.0. Hij is hoogleraar wijsgerige antropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en publiceert regelmatig essays in Trouw, NRC Handelsblad en de Volkskrant. In Kunstmatig van nature neemt De Mul een aantal actuele ‘kunstmatigheden’ onder de loep. Wat zijn de gevolgen ervan voor ons dagelijks leven en zelfbegrip? Hij zet de boel op scherp en stelt de prangende vraag: worden wij de eerste soort op aarde die zijn eigen evolutionaire opvolger gaat scheppen.

Beluister uitzending

Published in Interviews / radio
Jos de Mul, Comprendere la natura. Dilthey, Plessner e la bioermeneutica. Lo Sguardo - rivista di filosofia. Vol. 14, no.1 (2014), 117-134.

Abstract: In recent years, authors like Chebanov, Markŏs, and Ginev have attempted to implement hermeneutic categories in the domain of biology. Against this background, the author takes Dilthey’s scattered remarks on the notion of the organic and Plessner’s biophilosophy as his starting point for the development of a biohermeneutical theory of biological purposiveness, which aims at bridging the gulf between the natural and the human sciences. Whereas the natural and human sciences are closely connected with a third-person and a first-person perspective respectively, the author argues that the second-person perspective plays a crucial role in the life sciences. In opposition to the natural sciences, in which causality is the key notion, and the human sciences, which rest on the notion of meaning, the author argues that the central concepts that characterize the second-person perspective of the life sciences are functionality and intentionality.

Nella Lebensphilosophie di Dilthey, l’antropologia e la storia sono strettamente connesse. Come lo stesso Dilthey afferma in una sentenza spesso citata, «Was der Mensch sei, sagt ihm nur seine Geschichte»[2]. Tuttavia, per Dilthey storia significa solamente storia culturale. Per sviluppare una comprensione adeguata della condizione storica dell’uomo, dovremmo prendere in considerazione però anche la storia naturale. Dopo tutto, in quanto unità psico-fisica, l’Homo sapiens sapiens è il prodotto storico di un’iterazione complessa tra sviluppi sia naturali che culturali. Inoltre, all’epoca delle scienze della vita, la storia naturale e quella culturale sembrano sempre di più sconfinare l’una nell’altra. Le biotecnologie quali l’ingegneria genetica, l’ingegneria metabolica e il trapianto di genoma trasformano gli organismi in artefatti culturali e nel tentativo di creare la vita artificiale (probabilmente il Santo Graal della biologia di sintesi), gli artifatti culturali manifestano via via maggiori qualità prima riservate alla vita organica.

In quanto segue argomenterò la tesi secondo cui l’ermeneutica di Dilthey, specialmente la sua analisi della triade Erleben, Ausdruck e Verstehen, offre ancora un proficuo punto di partenza per lo sviluppo di una bioermeneutica che non ha a che fare solamente con la comprensione umana e con l’interpretazione degli esseri, delle (inter)azioni e degli artifatti umani, ma che include anche la comprensione e l’interpretazione di e da parte di agenti non-umani. Il fatto che Dilthey nei suoi ultimi scritti ermeneutici distingua in maniera piuttosto dogmatica tra natura e cultura pare senza dubbio di primo acchito un ostacolo per lo sviluppo di una bioermeneutica ispirata al suo pensiero. Per esempio, Dilthey rifiuta esplicitamente la possibilità di una comprensione umana della vita delle piante: «Bedeutung oder Wert kann etwas nicht haben, von dem es kein Verstehen gibt. Ein Baum kann niemals Bedeutung haben» (GS VII, p. 259). La possibilità di una comprensione o di un’interpretazione da parte di agenti non umani non è poi nemmeno considerata da Dilthey. Eppure, sosterrò che gli scritti tardivi di Dilthey sull’ermeneutica contengono qualche traccia per lo sviluppo di una bioermeneutica. Svilupperò oltre queste tracce con l’aiuto della biofilosofia di Plessner e grazie a qualche riferimento ad alcuni recenti sviluppi negli ambiti della biologia dei sistemi e della neuropsicologia[3].

Innanzitutto, riprendendo il dibattito sulla demarcazione delle Naturwissenschaften e delle Geisteswissenschaften che ebbe luogo in Germania attorno al 1900, avanzerò la tesi secondo cui in quel dibattito erano in gioco varie dicotomie ontologiche, epistemologiche, fenomenologiche e normative che non combaciano. Dirò poi che queste dicotomie precludono una comprensione adeguata del carattere peculiare delle scienze della vita, a metà strada tra le scienze della natura e quelle umane (§ 1). Mostrerò in secondo luogo che Dilthey, nonostante il suo approccio per lo più dicotomico nel dibattito su tale demarcazione, a sua volta fondato sulla distinzione tra esperienza esteriore (prospettiva alla terza persona) e interiore (prospettiva alla prima persona), in qualche occasione ha riconosciuto lo statuto speciale delle scienze della vita, connesso con la «conformità di scopo (Zweckmäßigkeit)» immanente delle entità viventi (§ 2). In terzo luogo, dirò che la comprensione del finalismo immanente richiede l’esperienza da una prospettiva alla seconda persona, incarnata e interattiva (§ 3). Al fine di sostenere tale ipotesi, farò riferimento all’analisi di Plessner della triplice dimensione corporale della vita umana in Die Stufen des Organischen und der Mensch (§ 4). Nell’ultima parte, fornirò una breve visione d’insieme dei differenti tipi di interpretazione intraspecie, interspecie e intraorganica e traccerò i compiti che attendono la bioermeneutica (§ 5).

Interview met Botte Jellema in de documentaire Het verraad van de voorstelling. Holland Doc. Radio 1.Zondag 23 februari, 21.00-22.00

Wat is echt? Dat is de vraag die Holland Doc Radio aanstaande zondag stelt. Documentairemaker Botte Jellema (die ook cultuurprogramma De Avonden presenteerde van 2009 tot december 2013) onderzoekt vervormd beeld en geluid in ‘Het Verraad van de Voorstelling‘. Want wat we horen en zien is “tot in de puntjes vormgegeven”, maar “ziet er vaak anders uit dan wat het is”, betoogt Jellema:

“Gephotoshopte gezichten, geknipt-en geplakte radio en televisie, zangers die zuiver zingen door een computer. We weten wel dat het nep is. Maar wanneer voelen we ons belazerd?”

Een radio-essay over “hoe we genept worden door Michael Bublé en Kinderen voor Kinderen”, waarin Jellema zelf zingt en Plato en The Matrix erbij haalt, met medewerking van filosoof Jos de Mul.

Beluister uitzending

Published in Interviews / radio
Saturday, 08 February 2014 17:22

Homo ludens 2.0: Play, Media and Identity

Valerie Frissen, Jos de Mul, and Joost Raessens. Homo ludens 2.0: Play, Media and Identity, in Judith Thissen, Robert Zwijnenberg and Kitty Zijlmans (eds.), Contemporary Culture. New Directions in Art and Humanities Research. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2013, 75-92.
 

Foreplay

Immense est le domaine du jeu.  (Emile Benveniste)

A spectre is haunting the world - the spectre of playfulness. We are witnessing a global “ludification of culture”. Since the 1960s, in which the word “ludic” became popular in Europe and the United States to designate playful behaviour and artefacts, playfulness has increasingly become a mainstream characteristic of our culture. Perhaps the first thing that comes to mind in this context is the immense popularity of computer games, which, as far as global sales are con­cerned, have already outstripped Hollywood. According to a recent study in the United States, 8 to 18 year olds play computer games on average for one hour and a half each day on their consoles, computers and handheld gaming devices (including mobile phones).1 This is by no means only a Western phenomenon. In South Korea, for example, about two-thirds of the country’s total population frequently plays online games, turning computer gaming into one of the fastest- growing industries and “a key driver for the Korean economy”.2Although perhaps most visible, computer game culture is only one manifesta­tion of the process of ludification that is penetrating every cultural domain.3 In our present experience economy, for example, playfulness not only characterizes leisure time (fun shopping, game shows on television, amusement parks, playful computer and Internet use), but also domains that used to be serious, such as work (which should chiefly be fun nowadays), education (serious gaming), poli­tics (ludic campaigning) and even warfare (video games like war simulators and interfaces). According to Jeremy Rifkin, “play is becoming as important in the cultural economy as work was in the industrial economy”.4 In ludic culture, sociologist Zygmunt Bauman argues, playfulness is no longer restricted to child­hood, but has become a lifelong attitude: “The mark of postmodern adulthood is the willingness to embrace the game whole-heartedly.”5 Bauman’s remark sug­gests that in postmodern culture identity has become a playful phenomenon too.In this article we want to re-visit Johan Huizinga’s Homo ludens (1938) to reflect on the meaning of ludic technologies in contemporary culture. First we will analyze the concept of “play”. Next, we will discuss some problematic aspects of Huizinga’s theory, which are connected with the fundamental ambigu­ities that characterize play phenomena, and reformulate some of the basic ideas of Huizinga. On the basis of this reformulation we will analyze the ludic dimen­sion of new media and sketch an outline of our theory of ludic identity construc­tion.

Published in Book chapters
Page 7 of 12